Onherstelbare schade aan Nederlands cultuurlandschap

Chris Nierop in de Westerpost van 6 mei 2009:

Inspraakavond Bestemmingsplan Osdorperweg e.o.

Met belangstelling las ik de twee artikelen in de Westerpost van 29 april over het landelijk gebied Oud Osdorp. Het betreft de ecologische boerderij “de Boterbloem” en de behandeling van het (ontwerp)bestemmingsplan voor het gebied.

Laatstgenoemde bijeenkomst mocht ik ook bijwonen. We hoeven ons geen illusies te maken als het gaat om het behoud van het landelijke karakter van het gebied, waaronder vanzelfsprekend ook “de Boterbloem” behoort. Ons stadsdeel Osdorp is helaas een stedelijk georiënteerde raad, waar een landelijk gebied zoals de afgelopen jaren is gebleken, niet de aandacht krijgt die het zou verdienen. Onder “landelijk” wordt door een stedelijk georiënteerd bestuur “stadspark” verstaan. Cultuurhistorie is voor de meeste stadsdeelbestuurders een te moeilijk woord. Natuur kan niet vanzelf tot ontwikkeling komen, natuur dient te worden aangelegd, met alle recreatieve voorzieningen en pretpakketten. Cultuur is iets voor het theater. En wanneer het aankomt op een economische afweging kan aan natuur en historie geen waarde worden toegekend.

Meer en meer komen deskundigen tot het besef dat de versplinterde bestuurvorm die Nederland kent, met in Amsterdam 16! Stadsdeelraden, leidt tot een praktisch onherstelbare versnippering van het landschap. Bestuurders kunnen helaas niet verder kijken dan hun planologische neus en hun houdbaarheidtijd lang is. En daar bestuurders na het verstrijken van hun houdbaarheidsdatum (in het algemeen 4 tot 8 jaar) niet meer op hun beleid aanspreekbaar zijn volgt vaak een beleid dat ontaard in een planologische en stedenbouwkundige chaos van bedrijventerreinen, plukjes groen, woningbouw. Onzinnig versnipperde planologie op postzegelniveau, Dat brengt onherstelbare schade aan ons Nederlands cultuurlandschap. Wanbeleid van de eerste orde dus.

Dat daar een halt aangeroepen moet worden is een ieder met enig inzicht duidelijk, behalve voor de bestuurders zelf, die met kleppen voor hun ogen Nederland (en dicht bij huis Oud Osdorp) vermaakt tot een onappetijtelijke lappendeken. En dat onbesef wordt helaas breed gedragen, door alle partijen heen, rechts, links, zwart, groen of rood. Terugdringen van voor een dergelijk beleid verantwoordelijke stadsdeelraden lijkt mij een zeer zinvolle (en financieel gunstige) ontwikkeling. Het is al een probleem om een stedelijk bestuur te voorzien van integere, niet arrogante en terzake enigszins deskundige bestuurders, zoals weer voor de zoveelste keer blijkt uit het drama rond de Noord-Zuidlijn. List en bedrog lijkt de bestuurder daarbij wederom niet vreemd, juridische vervolging van dergelijke praktijken helaas niet mogelijk. Daar hebben dezelfde bestuurders wel zorg voor gedragen.

Om 16 staddeelraden te voorzien van goede bestuurders moet als een utopie worden gezien. Naar mijn stellige overtuiging is het beter voor de gehele stad (of wellicht regio) een bestuur met in de verschillende stadsdelen ambtelijk werkgroepen en stadskantoren voor de burgerzaken. Samen met bewoners en voorzien van een budget kunnen wijkplannen worden ontwikkeld waarmee bewoners direct bij hun eigen omgeving betrokken worden. Grootstedelijke planologische en stedenbouwkundige activiteiten zoals aanwijzen en ontwikkelen van bedrijventerreinen, natuurgebieden, woongebieden etc. dienen in meer bovenstedelijk verband te worden aangegaan, aan de hand van bijv. Regionale en stedelijke structuurschetsen.

Een misser van de eerste orde is in dit kader het verkwanselen (bestemmen) van het enige nog beeldvormend (Lutkemeer)poldertje (ooit het Lutkemeer) voor industriële ontwikkeling, helaas ook ondersteund door de partij die groen en links hoog op de agenda heeft staan. En het bestemmingplan zelf?

Een voorbeeld van hoe het niet moet werd duidelijk bij de inleiding bij de presentatie van het bestemmingsplan uitgesproken door de wethouder Hr. K. Steenman. Het is op zich een kunst om in gedurende ongeveer 15 minuten niets te zeggen, duidelijk zijn desinteresse voor het gebied ten toon spreidend. Gelukkig was het archief van het Stadsdeel up to date, zodat de teksten zoals uitgesproken bij het eerste bestemmingsplan van 10 jaar geleden nog goed van pas kwamen. Wederom uitspraken zoals “Alle gedogen totnutoe zal worden gelegaliseerd”, “vanaf nu wordt de “0” situatie als uitgangspunt gebruikt voor beleid en handhaving” en woorden van gelijke strekking. Waar had ik dat 10 jaar geleden eerder gehoord?

Wat is de er dan de afgelopen 10 jaar van een goed beheer van het landelijk gebied terecht gekomen als wederom een status quo moet worden uitgesproken? Goed bewaren dus de tekst, over 10 jaar, bij de herziening van dit plan zal het weer goed van pas komen. Interesse en aandacht voor het landelijke en historische karakter van de lintbebouwingen (ouder dan Amsterdam) in het gebied was er de afgelopen 10 jaar nauwelijks, sloten werden legaal gedempt, dammen in plaats van bruggen werden legaal of met gedogen toegestaan. Agrarische activiteiten werden met toestemming verdrongen door typisch industriële bedrijvigheden.

Natuurlijk deden de ambtenaren hun best om nieuwe wijn in oude zakken te verkopen, bebouwingsvlakken, (oneigenlijk) gebruik kassen, (illegale) bedrijvigheden kwamen aan de orde. Maar de ervaring van de afgelopen 10 jaar doen vermoeden dat dit herziene bestemmingplan meer werd ingegeven door het feit dat er een wettelijke verplichting is tot herziening (met de “Tuinen van West” als drijvend instrument) dan dat tot het besef is gekomen dat de cultuurhistorische waarden van het gebied beter beschermd dienen te worden. En de Tuinen van West? In de gedachtegang van een stedelijk georiënteerd bestuur kan natuur alleen worden aangelegd, komt melk van de melkunie en kunnen plannen alleen worden ontwikkeld vanaf een tekentafel met daarop een maagdelijk blank papier.

Bestaande potenties behoren per definitie ontkend te worden, nieuwe inzichten behoren alleen dan te worden gehonoreerd wanneer dat de bestuurders goed uitkomt. De “Tuinen van West” zijn een goed voorbeeld van tekentafelplanologie. Natuurlijk begrijp ik de gedachten erachter dat, wanneer er niets gebeurt, het gebied telkenmale ter discussie zal blijven staan als potentieel bedrijventerrein van een stadsdeelbestuur met beperkte visie. Natuurlijk begrijp ik dat bestaande moderne agrarische activiteiten nauwelijks een bestaansrecht hebben. Maar de bestaande structuur van het gebied kent voldoende potenties om met enig inzicht om te vormen tot een recreatief natuurgebied, aansluitend bij het Spaarnwouderbos, zonder direct een pretpark te hoeven worden. Een gebied waar de stedeling (en de bestuurder) kennis kan maken met het feit dat melk van de koe komt, wol van het schaap. Vanzelfsprekend hoort in een dergelijke omgeving een ecologische boerderij. Maar gelijk als natuurontwikkeling moet je geen gebruik maken van bestaande potenties, maar opnieuw op de tekentafel ontwikkelen.

Inpassen van de bestaande “Boterbloem” die het jaren heeft gekost om de gronden “gifvrij” te krijgen, is vanzelfsprekend geen optie. Na zoveel jaren zou een heroverweging op zijn plaats zijn. Nieuwe inzichten, mede door de komst van de “tuinen van West” zouden aanleiding moeten zijn om eerder gemaakte keuzen te heroverwegen en nieuwe wegen in te slaan. Helaas is een groot deel van de Lutkemeerpolder reeds onherstelbaar ten prooi gevallen aan het “kleinstedelijk” beleid. Maar nog niet alles is verloren wanneer het deel ten westen van de Lutkemeerweg van industriële ontwikkeling gespaard zou blijven, inclusief de inpassing van de ecologische boerderij “de Boterbloem” in de “Tuinen van West”. Maar, zoals in de inleiding reeds gesteld, in handen van een stedelijk georiënteerde gemeente is een landelijk gebied niet veilig, alle plannen rond het ontwikkelen van een “pretpark” zoals de “Tuinen van West” en alle goede bedoelingen rond het behoud van “stedelijk agrarisch gebied” ten spijt. Het wordt daarom tijd dat de gemeentegrens wordt verlegd, en het landelijk gebied vanaf de Ookmeerweg tot Halfweg wordt toegevoegd aan een landelijk georiënteerde gemeente zoals Haarlemmerliede en Spaarnwoude.

Oproep aan Maarten van Poelgeest: help ons De Boterbloem te behouden!

Stukje van het weblog van Maarten van Poelgeest:

” De Amsterdamse regio heeft een succesvolle periode achter de rug. Economisch florerend, groei van inwonertal, toerisme steeds meer vestigingen van bedrijven en een zeer diverse economie.
Maar er zijn in deze tijd ook grote uitdagingen: het overeind blijven in een kantelende wereldeconomie, het laten emanciperen van diegenen die dreigen achterop te raken en het streven naar een duurzame leefomgeving. Het interessante is, dat deze drie zaken sterk met elkaar samenhangen. Minstens zo prikkelend is dat deze samenhang het sterkst naar voren komt in stedelijk gebied.
En het is een hoopgevende gedachte dat vooral metropool Amsterdam een gunstige uitgangspositie heeft om de grote uitdagingen aan te gaan. Voor al die opgaven waar we voor staan, biedt de stad tal van kansen en dat gegeven grijpen we met beide handen aan: voor de economische dynamiek, voor de emancipatie en voor de duurzaamheid!”

Mijn reactie op dit stukje:

“Het overeind blijven in een kantelende wereldeconomie, het laten emanciperen van diegenen die dreigen achterop te raken en het streven naar een duurzame leefomgeving. Het interessante is, dat deze drie zaken sterk met elkaar samenhangen”.

Inderdaad!

Aan de rand van Osdorp vinden mensen die zeer ver achterop zijn geraakt in onze samenleving en nergens meer kunnen aarden dagbesteding in een duurzame leefomgeving: Ecologische Zorgboerderij De Boterbloem. Ze voelen zich weer mens, en in een “kantelende wereldeconomie” moet het voor de Gemeente Amsterdam prettig zijn dat deze zorgboerderij zonder enige overheidssubsidie draaiende wordt gehouden. Helaas wil GroenLinks wethouder Kees Steeman van Osdorp op de prachtige groene biologische akkers van deze maatschappelijk zeer nuttige boerderij een duur bedrijventerrein gaan neerzetten.
Economische krimp + zorg voor de zwakkeren + zorg voor duurzaamheid = De Boterbloem behouden. Alle 10.000+ mensen die hun handtekening hebben gezet onder de petitie “Red de Boterbloem” vragen u, wethouder Maarten van Poelgeest, om in te grijpen en de Lutkemeer als groene, duurzame, biologische en soclale zone te behouden voor de stad.

Netwerk: Nederland wordt volgebouwd met bedrijventerreinen

Deze uitzending van Netwerk toont hoe het kan dat Nederland langzamerhand volgebouwd wordt met bedrijventerreinen. Er staan overal leegstaande bedrijventerreinen te verkrotten…. Maar gemeentes doen daar weinig aan. Zij hebben eerder de neiging weilanden vol te bouwen dan oude terreinen op te kalefateren. Mirjam de Rijk van Stichting Natuur en Milieu legt uit hoe desastreus dat is voor Nederland.

Van Poelgeest en DB Osdorp wijzen met vinger naar elkaar… wie is eindverantwoordelijk voor Lutkemeer?

Osdorp wethouder Kees Steeman legt in de laatste gesprekken die het actiecomité met hem voerde de verantwoordelijkheid mbt de Lutkemeer bij de Centrale Stad. Die zou Osdorp opdracht gegeven hebben om een bedrijventerrein op de Lutkemeer neer te zetten. Wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken Maarten van Poelgeest (Groen?Links?) antwoordde echter op vragen van Ivar Manuel (fractievoorzitter D’66 Centrale Stad) dat Osdorp de regie heeft over de Lutkemeer en dat hij daar niet kan ingrijpen. Zo belanden we in een Kafka-eske situatie waarin de burger van het kastje naar de muur wordt verwezen en in het bureaucratische schimmenspel geen verantwoordelijke meer te vinden is.

Vraag van het actiecomité: wie is eindverantwoordelijk voor het onzalige plan om een bedrijventerrein op de Lutkemeer te plaatsen, en wie is bij machte deze plannen terug te draaien? Wie is daartoe bevoegd? De raad van Osdorp? De raad van de Centrale Stad? SADC? De Provincie? De OGA? Op dit moment wijzen alle betrokken partijen naar elkaar.

Volgens Maarten van Biezen moet er een stop komen op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen

Geen herstructurering zonder stop nieuwe bedrijventerreinen

Dit artikel is verschenen in Cobouw op 4 januari 2008

Volgens Maarten van Biezen moet er een drastische koerswijziging, namelijk een stop, komen op de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Niet alleen om onnodig ruimtebeslag te voorkomen, maar ook omdat de herstructurering en transformatie van verouderde bedrijventerreinen een noodzakelijke impuls is voor de vitaliteit van onze steden.
Natuur en Milieu is blij dat herstructurering van bedrijventerreinen nu prominent op de politieke agenda staat. Dat is precies wat we beoogd hadden met onze campagne ‘Zuinig op ruimte’ in 2007. De ministers Jacqueline Cramer (Ruimte en Milieu) en Maria van der Hoeven (Economische Zaken) willen vanaf 2010 jaarlijks 1000 tot 1500 hectare verouderd terrein opknappen. Maar inmiddels is al een derde van de terreinen, dat is 30.000 hectare, aan een opknapbeurt toe. Dat is dus 20 tot 30 jaar doorploeteren. Bovendien is over 20 jaar de behoefte aan bedrijventerreinen in absolute zin afgenomen, zoals het Ruimtelijk Plan Bureau voorrekent. De ruimtewinst van herstructurering komt dan dus te laat. Met dit tempo van herstructurering is over 20 jaar opnieuw een derde deel aan opknappen toe, omdat de huidige nieuwe terreinen dan weer verouderd zijn.

Projectontwikkelaars
Herstructurering is dweilen met de kraan open, zolang er geen rem zit op de groei van nieuwe bedrijventerreinen. Oók projectontwikkelaars pleiten voor het creëren van schaarste als middel om de kwaliteit te verhogen en verrommeling tegen te gaan. Dit kan alleen een succes worden als er terughoudend wordt opgetreden met de uitgifte van nieuwe terreinen. Ieder nieuw terrein trekt werkgelegenheid weg van een bestaand terrein. Dat zijn vaak de terreinen die verder verloederen. Aan deze vorm van ‘shifting cultivation’ willen de beide ministers Jacqueline Cramer van Ruimte en Milieu en Maria van der Hoeven van Economische Zaken wel wat doen, maar met hun inzet gaan ze het niet redden.
De ministers gaan afspraken maken met elk van de twaalf provincies. Dat is beter dan de vage convenanten die tot nu toe werden gesloten met alle provincies gezamenlijk. Ze willen ook dat niet langer wordt uitgegaan van het scenario met de hoogste groei, om de behoefte te bepalen, maar van een meer gematigd en realistisch scenario. En ze willen slechts afspraken maken voor vier tot vijf jaar. Dat is allemaal positief. Maar deze afspraak biedt ook de gelegenheid om de ruimteclaims op te schroeven: provincies mogen bij hun planning rekening houden met “beleidsmatige ambities” en met de wensen van het regionale bedrijfsleven – dan weet je het wel.

Ook wordt van provincies gevraagd de SER-ladder toe te passen, dat wil zeggen rekening te houden met ruimtewinst van herstructurering en intensivering op bestaande terreinen. Maar daar worden geen concrete doelen voor geformuleerd. De kans is dan groot dat net zoals cijfers van VROM laten zien, de groei en het overschot aan bedrijventerreinen onverminderd toeneemt.

Wethouder Van Poelgeest spreekt zich uit over de Lutkemeer

Tijdens een bijeenkomst van de dorpsraad Nieuw Sloten sprak GROENLINKS wethouder Maarten van Poelgeest zich uit over de Lutkemeer:

‘Het stoppen van de ontwikkeling, fase 3 met daarin zorgboerderij De Boterbloem, is volgens van Poelgeest niet haalbaar. Er zijn teveel partijen bij betrokken en er zijn talloze contracten die niet zomaar opengebroken kunnen worden. De belangrijkste partijen zijn de Schiphol Area Development Company (SADC), de gemeente Haarlemmermeer, Luchthaven Schiphol, de Provincie en de gemeente Amsterdam.
Hij zegde toe nog eens goed naar de ontwikkeling te kijken, maar wilde verder geen enkele toezegging doen.’

Echt weer een typisch GroenLinks standpunt: projectontwikkelaars gaan altijd voor? Spannend wat we nog van deze sleutelfiguur kunnen verwachten de komende tijd!

Reactie bewoner A’dam-West op plannen bedrijventerrein Lutkemeer

Jammer dat ik als inwoner van Slotervaart niet kan meedoen aan het burgerinitiatief. Vanmiddag fietste ik weer door de Lutkemeerpolder. Een te groot deel daarvan is al opgeofferd aan het bedrijventerrein. Wat heeft stadsdeel Osdorp toch een liefde voor beton. De oever van de Sloterplas wil het stadsdeel er liefst mee volplempen. Het oude dorp Sloten is ook niet veilig. Het groene terrein van De Boterbloem had nooit, ook niet in principe, opgeofferd mogen worden. Het behoud van zoveel mogelijk van de westelijke groene scheg gaat alle Amsterdammers aan. Het is meer dan alleen een belang van Osdorp. Wat jammer toch dat zelfs bestuurders van linkse signatuur niet veilig lijken te zijn voor geldgerinkel van projectontwikkelaars.

Llink in Natura besteedt aandacht aan De Boterbloem

Op 1 mei jl. was De Boterbloem te zien in het programma Llink in Natura op Nederland 2, prime time uitgezonden tussen 19.30 en 20.00. Een enorme opsteker voor het actiecomité en voor Trijntje, aandacht op de nationale televisie voor onze actie om De Boterbloem te behouden! Zie voor meer informatie

http://llink.nl/llinkinnatura/viewpage.php?page=aflevering&f_Aflevering=1556&datum=1241511000

Op YouTube is het item ook te bekijken:http://www.youtube.com/watch?v=V-VD41LDda0

Kees Steeman toonde zich weer onverzettelijk: de Boterbloem moet en zal van hem verdwijnen. GroenLinks laat zich wederom van zijn beste kant zien.

Foto’s van de opnames door Llink:

2009_boterbloem_17april_024

2009_boterbloem_17april_0272009_boterbloem_17april_073