In 2013 concludeerde ROmagazine al: aan bedrijventerrein Lutkemeer zit vreemd luchtje

 

In zijn column ‘Petje op, petje af’ in ROmagazine, die hij in 2013 schreef, is Martin de Jong niet mals voor zowel de malversaties van Hooijmaijers, die tot de bestemming ‘bedrijventerrein’ van de Lutkemeer leidden, als voor de toenmalige gemeenteraad Amsterdam die in 2009 vrijwel unaniem voor de verdere ontwikkeling van de polder stemde (toen met uitzondering van D66). Martin de Jong schrijft:

‘Winst in eigen hand houden’ krijgt met de affaire’Hooijmaijers wel een heel aparte nasmaak’
‘Bijna de volledige Amsterdamse gemeenteraad (alleen D66 was tegen) stemde voor verdere ontwikkeling van de polder. Dat was in 2009, toen al jaren duidelijk was dat het eerste deel van het terrein niet liep. De regio was juist druk bezig de enorme overplanning aan bedrijfsruimte terug te dringen. Toch zag de raad de ontwikkeling van de Lutkemeerpolder als een voldongen feit. Het ging om een project van bovenregionaal belang in de Metropool-regio, het samenwerkingsverband waarvan Amsterdam en de provincie Noord-Holland mede-aandeelhouder zijn. De belofte van winst uit ontwikkeling in eigen hand houden trok de raad over de streep. De belofte van natuurcompensatie deed de rest.
‘Winst in eigen hand houden’ krijgt met de affaire Hooijmaijers wel een heel aparte bijsmaak’….

 

 

 

Groot artikel in Parool over Boterbloem: Groener wordt de Lutkemeer niet

Op 8 juli plaatste Het Parool een paginagroot artikel over De Boterbloem.

Uit het artikel:

“Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw, maar dit is puur verpakking”

“De laatste actieve boeren worden oud en zien amper brood in hun boerenbedrijf. We willen ondernemers prikkelen om er met iets nieuws aan de slag te gaan” zegt een ambtenaar met de Lutkemeerpolder in de portefeuille. In 2009 kreeg de polder een nieuwe bestemming: akkerbouwgrond mag vervangen worden door bedrijventerreinen. Sindsdien passeerden ook ideeën over woningbouw, een trammuseum en een golfbaan de revue. Ook in de nieuwste plannen gaat het landelijk gebied ten westen van het Ma Braunpad op de schop.
“Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw, maar dit is puur verpakking” zegt Threes Hoekstra, geboren in Osdorp en tuinier bij biologische volkstuin De Ark. “Als je naar de plannen kijkt, zie je dat er uiteindelijk veel minder groen is dan nu het geval is”.

” Stadslandbouw. Laat dat nou precies zijn wat wij hier al jaren doen, maar uitgerekend wij moeten weg

Ook Erik Geurtsen van biologische zorgboerderij De Boterbloem, aan de Lutkemeerweg, ergert zich groen en geel. De zorgboerderij en de omliggende akkers moeten het veld ruimen voor bedrijfspanden. “Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw. Laat dat nou precies zijn wat wij hier al jaren doen, maar uitgerekend wij moeten weg. Hoe valt dat uit te leggen?”
Het akkerbouwbedrijf vecht sinds 2009, sinds de aanpassing van het bestemmingsplan, voor zijn bestaan. Vrijwilligers voerden actie en haalden twaalfduizend handtekeningen op om de boerderij te behouden. De boerderij kreeg toen voorlopig uitstel, maar in hetzelfde jaar werd aan de overkant van de Lutkemeerweg begonnen met de bouw van het eerste deel van het bedrijventerrein. Vanuit de moestuin van De Boterbloem, waar courgettes en peultjes geoogst worden die later op de dag liggen te pronken in de boerderijwinkel, zijn de betonkolossen van het bedrijventerrein goed zichtbaar.

Overal in en om de stad staan kantoor- en bedrijfspanden leeg. Toch wil het stadsdeel hier per se nog een bedrijventerrein hebben

Een rondgang over het grijze kantoor- en opslagcomplex leert dat het er een stille bedoening is. De meeste blokken staan leeg. Op de grote parkeerplaats staan iets na het middaguur tien auto’s. Achter de ramen zijn posters geplakt van een beveiligingskantoor. Geldtransportbedrijf G4S Cash Services heeft een eigen blok in de hoek, afgezet met hoog hekwerk. Een groot aantal bouwkavels is nog onverkocht.
Geurtsen: “Overal in en om de stad staan kantoor- en bedrijfspanden leeg. Toch wil het stadsdeel hier per se nog een bedrijventerrein hebben. Ze zeggen dat het werkgelegenheid schept, dat het goed is voor de economie, maar dat zijn achterhaalde verhalen.”
Hoe de plannen voor het bedrijventerrein te rijmen zijn met het begrip stadslandbouw, vraagt ook een student van de universiteit van Wageningen zich af. Zij is bezig met een onderzoek naar stadsdlandbouw in Nieuw-West. Haar naam wil ze niet in de krant omdat ze samenwerkt met het stadsdeel. “Met stadslandbouw probeer je meestal stedelijke gebieden groener te krijgen, maar dit is al een landelijk en agrarisch gebied, hier hoef je niets aan te doen”.

Vragen aan politieke fracties Nieuw-West: overbodig bedrijventerrein of Boterbloem?

De volgende vragen stelde het actiecomité Red de Boterbloem aan de politieke partijen in Nieuw-West. Enkele fracties reageerden al, de meesten hullen zich nog in zwijgen… De antwoorden (als die nog komen…) worden binnenkort openbaar gemaakt. Ook zal worden gepubliceerd welke partijen het niet nodig vonden deze vragen te beantwoorden. Uit angst aan hun kiezers hun ware gezicht te laten zien? We wachten rustig af.

1)     Staat uw fractie achter het standpunt, dat eerst Lutkemeer I vol moet zijn alvorens met de tweede fase te beginnen?
2)     Staat uw fractie nog steeds achter het vestigen van een bedrijventerrein op Lutkemeer III, ondanks het feit dat overal bedrijfsruimte leegstaat en ondanks het unieke karakter van polder en boerderij?
3)     Of is uw fractie van mening dat afgezien moet worden van de plannen met Lutkemeer III, omdat de ervaring met Lutkemeer I inmiddels heeft aangetoond dat bedrijven zich daar, mede door het grote aanbod in de regio, liever niet vestigen?
4)     Stoort uw fractie zich ook aan de enorme leegstand in Lutkemeer I en vindt u ook dat er op dit terrein eigenlijk alleen maar  gebouwd zou mogen worden als er ook daadwerkelijk gebruikers zijn voor de ontwikkelde bedrijfsruimtes?
5)     Deelt uw fractie de visie dat de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein niet alleen ten koste gaat van waardevol groen, maar ook de herstructurering van de vele verouderde terreinen in de regio Amsterdam frustreert?
6)     Zou uw fractie willen overwegen om Lutkemeer III bij de Tuinen van West te trekken zodat het een agrarisch gebied moet blijven?
7)     Is uw fractie van mening, dat Ecologische Zorgboerderij De Boterbloem koste wat kost behouden moet blijven voor Nieuw West?

Aanbod bedrijventerreinen zal vraag de komende jaren ruimschoots overschrijden

Volgens vele berichten in de media kampt Noord-Holland met een overschot aan – veelal leegstaande – bedrijventerreinen. Iedereen die door onze mooie provincie reist kan deze ‘schimmel’ die ons landschap bedreigt met eigen ogen aanschouwen. Steeds meer stemmen gaan op om niet nog meer bedrijventerreinen aan te leggen. Hiertoe lanceerde destijds het toenmalig ministerie van VROM het traject ‘Mooi Nederland’.

Wanneer wordt de Amsterdamse politiek wakker en worden de rampzalige plannen voor het bebouwen van de Lutkemeer III, de mooie polder waarin Ecologische Boerderij De Boterbloem zich bevindt, afgeblazen?

 

Hieronder een stuk dat werd gepubliceerd op een Noord-Hollandse website. De teneur is duidelijk, de feiten wijzen het uit: stop de wildgroei van bedrijventerreinen!

 

Het aanbod aan bedrijventerreinen zal de komende jaren de vraag van het regionale bedrijfsleven ruimschoots overschrijden. Dat stelt de provincie Noord-Holland, er dreigt “een overcapaciteit aan plannen voor bedrijventerreinen”. De oorzaak hiervoor is dat nieuwe ramingen een lagere ruimtebehoefte laten zien dan tien jaar geleden.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de kwaliteitsmatch vraag en aanbod bedrijventerreinen Noord-Holland. Gedeputeerde Jaap Bond: “Dit is voor de provincie aanleiding om in te grijpen in de bedrijventerreinenplanning in Noord-Holland en in overleg met de regio een aantal zogenaamde zachte plannen te bevriezen.”

In Noord-Holland overtreft het geplande aanbod de ruimtevraag tot 2020. Hier is het van groot belang dat voorkomen wordt dat tegelijkertijd te veel van hetzelfde aanbod wordt gecreëerd. De terreinen in deze regio zijn vooral gericht op transport, groothandel, industrie en bouw. Terwijl een groot deel van de vraag gericht is op consumentendiensten en dienstverlening. Deze sector vraagt om meer hoogwaardige terreinen. Er moet meer aandacht komen voor fysieke omgeving en stedenbouwkundige uitstraling. Het overaanbod Noord-Holland is voor de provincie aanleiding om provinciale medewerking aan zogenaamde “zachte” plannen op voorhand te onthouden. Dit vooruitlopend op het vaststellen van de planningsopgave in de Structuurvisie.

Mooi Nederland
Nationaal is door het ministerie van VROM het traject Mooi Nederland ingezet om onder andere verrommeling van bedrijventerreinen tegen te gaan. De provincie heeft daarbij een belangrijke rol als regisseur. Regie voeren op een kwalitatief en kwantitatief goede regionale afstemming van de planning en realisatie van nieuwe bedrijventerreinen en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Verder wordt ook verwacht dat er actuele behoefteramingen voor bedrijventerreinen worden opgesteld. Als een van de eerste provincies onderneemt Noord-Holland naar aanleiding van de afspraken met het rijk, actie om de vraag en het aanbod aan bedrijventerreinen goed op elkaar af te stemmen.

Bij het ontwikkelen en herstructureren van bedrijventerreinen moet verder worden gekeken dan de gemeentegrenzen. De regio en de provincie spelen samen een belangrijke rol bij het bereiken van een divers aanbod op de regionale bedrijventerreinenmarkten. Regionale afstemming is hierbij essentieel. Om uiteindelijk te kunnen komen tot evenwichtige regionale bedrijventerreinenprogrammeringen is inzicht nodig in de ruimtevraag en het (geplande) aanbod aan bedrijventerreinen.

Bedrijventerreinen overaanbod

Overaanbod grond voor nieuwe bedrijventerreinen
Gemeenten bieden twee keer meer bouwrijpe grond aan op bedrijventerreinen dan nodig is. Dat is in strijd met afspraken tussen Rijk, gemeenten en provincies. Oorzaak is overheidsfalen op alle niveaus. Han Olden komt tot deze conclusie in zijn proefschrift “Uit voorraad leverbaar”, waarop hij 11 maart 2010 is gepromoveerd aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Hij analyseerde het beleid voor bedrijventerreinen op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Gemeenten moeten zich terugtrekken uit de uitgiftemarkt van bedrijventerreinen, luidt zijn advies.

Al sinds 1991 wordt te veel bouwrijpe grond op de markt gebracht. Lang werd gedacht dat de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen leidt tot regionaal economische groei. Hoewel beleidsmakers inmiddels inzien dat het zo niet werkt, gaan de ramingen nog altijd uit van een te grote vraag. Zo stuwen de overheden, tegen hun eigen voornemens in, het aanbod van nieuwe bedrijventerreinen onnodig op. Volgens Olden hebben overheden op alle bestuurslagen schuld. Het Rijk hanteert veel te hoge ramingen, gemeenten onderbouwen hun bestemmingsplannen slecht en de provincies treden daar niet tegen op.

Zo was het allemaal niet bedoeld. November 2009 spraken de drie bestuurslagen af om minder bedrijventerreinen uit te geven en meer oude locaties te herstructureren. Het daartoe ondertekende Convenant Bedrijventerreinen 2010- 2020 vloeide voort uit de rijksbegroting: Vanaf 2009 moet per jaar 1.000 tot 1.500 hectare verouderd bedrijventerrein worden opgeknapt. Dat is onmogelijk binnen het huidige convenant.

De taakstellingen die daarin staan zijn strijdig met de intentie om de groei af te remmen, concludeert Olden. De ruimte die het convenant biedt om nieuwe bedrijventerreinen uit te geven is niet af- maar toegenomen. ‘Als je al die ruimte zou benutten is de jaarlijkse uitgifte gemiddeld duizend hectare. Fors hoger dan de gemiddeld 880 hectare in de laatste 30 jaar.’ Die ruimte wórdt benut, is een andere conclusie uit het onderzoek.

‘Je ziet in de praktijk dat gemeenten bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen niet onderbouwen met marktonderzoek, maar zich baseren op de ruimte die Rijk en provincies bieden. Ze gaan ervan uit dat de ruimte die is gereserveerd, de ruimte is die ze nodig hebben voor bedrijventerreinen.’ Het is als de bakker die extra brood gaat bakken, redenerend dat er vanzelf meer klanten komen, vergelijkt Olden. Een veronderstelling die ook voor de bedrijvenmarkt niet opgaat.

Uit eerder onderzoek naar verhuismotieven van bedrijven bleek dat ondernemers vooral verhuizen over korte afstanden, binnen het bereik van hun klanten, werknemers en netwerk. Gemeenten laten bij de uitgifte van bedrijventerreinen de zogenoemde vestigingsplaatsfactor echter zwaar wegen, zegt Olden. ‘Ze veronderstellen dat de aanleg van een mooi bedrijventerrein invloed heeft op het vestigingsgedrag van ondernemers, dat ze daarmee bedrijven uit buurgemeenten kunnen lokken. En de buurgemeente denkt hetzelfde. Ze beconcurreren elkaar, terwijl ze moeten samenwerken.’

Onaantrekkelijk
Gevolg van het overaanbod en de concurrentie is dat de grondprijs te laag is. Voor ondernemers is nieuwbouw aantrekkelijker dan een bestaand pand op te knappen. Dat maakt herstructurering voor de marktsector oninteressant, zegt Olden. ‘Gemeenten houden met de uitgifte van nieuw bedrijventerrein de aantrekkelijke kant van de markt in handen en laten de onaantrekkelijke kant van de herstructurering over aan projectontwikkelaars. Die hebben daar dus geen trek in.’

In hoeverre gemeenten door het ruime aanbod aan bouwrijpe grond op nieuwe bedrijventerreinen meer negatieve ontwikkelingen veroorzaken op bestaande bedrijventerreinen, is niet bekend. Daar moet nader onderzoek naar worden gedaan, meent Olden. Voor hem is wel duidelijk dat de huidige aanpak niet is toegesneden op de problemen. Herstructureringsplannen moeten niet gaan over het verbeteren van het openbaar gebied – dat heeft weinig invloed op het functioneren van bedrijven – maar over de aanpak van verouderd vastgoed.

De oplossing voor het overaanbod ligt volgens Olden in het fors bijstellen van de planningsopgave in het Convenant Bedrijventerreinen. Vervolgens moeten gemeenten zich terugtrekken uit de markt voor bedrijventerreinen. Ze moeten de uitgifte overlaten aan marktpartijen en zich toeleggen op het beter onderbouwen van de vraag: weten waar behoefte aan is, welke ondernemers willen groeien of weg moeten uit een woonwijk en of de locatie de bestemming bedrijventerrein moet houden. ‘Anders blijft het als die bakker die maar brood blijft bakken en er maling aan heeft dat zijn andere brood oud ligt te worden.’

Van plaatsengids.nl

Behoud bestaand landschap en zorgboerderij: geen miljoenenverspilling van gemeenschapsgeld

Een trouwe lezer van ons blog meldde het volgende:

Ik vind het een idioot idee om eerst een waardevol stuk groen incl. de zorgboerderij op te offeren voor blokkendozen waar elders nog plek zat voor is, en daarna voor miljoenen elders in de buurt weer een stuk “groen in en om de stad” te creëren omdat het zo goed is voor stedelingen om groen in de buurt te hebben. Koester dan wat je hebt en gooi die blokkendozen ergens anders neer waar het landschappelijk minder kwaad kan. Het behoudt het bestaande landschap en de zorgboerderij (ook beleid wat nota bene landelijk gestimuleerd wordt omdat dat beter is dan mensen de hele dag achter de geraniums te laten verpieteren) en het scheelt miljoenen verspilling van gemeenschapsgeld omdat er later geen nieuw “groen in en om de stad” hoeft te worden aangelegd als compensatie.

Metropool Amsterdam: herstructurering bestaande bedrijventerreinen

Frank van den Hoven van www.plaatsengids.nl maakte ons attent op het onderstaande:

“Het Platform Kantoren en Bedrijven Metropoolregio Amsterdam maakte deze week de oprichting bekend van een ‘pilotbureau’ voor herstructureringen. De gemeenten Haarlemmermeer en Zaanstad zijn de ‘trekkers’.”

In dit rapport wordt onderbouwd dat en waarom er meer bedrijventerreinen geherstructureerd moeten worden en minder genieuwbouwd:
http://www.pbl.nl/nl/publicaties/2009/De-toekomst-van-bedrijventerreinen_-van-uitbreiding-naar-herstructurering.html

Zou dit nieuwe beleid voor de Lutkemeer nog op tijd komen?