Waarom De Boterbloem moet blijven

Wie door Nederland reist wordt steeds vaker geconfronteerd met het verschijnsel ‘bedrijventerrein’. De ‘verrommeling’ van het landschap is me altijd door merg en been gegaan. Steeds weer als ik zo’n ‘werklandschap’ zag werd ik erg treurig over de teloorgang van het Nederlandse landschap (‘werklandschap’: een eufemistische term die ik nog niet kende, maar deze week las op de website van de projectontwikkelaar die op het land van Trijntje betonkolossen wil neer gaan zetten). Ik begrijp niet waar het voor nodig is, en wie er gebaat is bij het feit dat Nederland geheel dreigt overwoekerd te raken met bedrijventerreinen.
Het is allemaal een gevolg van de decentralisering van het ruimtelijke ordeningsbeleid, waardoor gemeenten (en in Amsterdam: stadsdelen), aangespoord door projectontwikkelaars,ongestoord hun gang kunnen gaan in de schaarse groene ruimte die Nederland nog heeft.
Het lijkt in Amsterdam, en met name in Amsterdam-West, of sommige stadsdeelbestuurders het idee hebben dat ze pas echt iets betekenen wanneer het ze lukt, vaak ondanks massale protesten van bewoners, weer iets van die schaarse groene ruimte voorgoed te vernietigen door er vaak overbodige bouwprojecten op los te laten. Denk aan de weg door het Rembrandtpark, de geplande bebouwing langs de oevers van de Sloterplas en de vernietiging van het laatste authentieke cultuurlandschap dat Osdorp rijk was: de Lutkemeerpolder.
Overal staat bedrijfsruimte leeg, en toch wordt er steeds meer bijgebouwd. Wie heeft daar baat bij? Alleen de projectontwikkelaars.
De rand van Osdorp, de overgang van stad naar platteland, is voor een groot gedeelte een voorbeeld van verrommeling bij uitstek. Het lijkt een onvermijdelijk en onstuitbaar proces, maar is het dat wel? Valt er nu echt niets aan te doen? Komt er dan nooit een keer een bestuurder tot inzicht, die de moed heeft om nu eens echt het algemeen belang te dienen en NEE te zeggen tegen de neiging om WEER een bedrijventerrein aan te leggen, of schaarse natuur vrij te geven aan de hoogste bieder?

Het is werkelijk een wonder, maar in dat woekerende gebied aan de rand van Osdorp is NU NOG een prachtige ongerepte plek, waar je een weids uitzicht hebt dat niet verpest wordt door blokkendozen of ‘werklandschappen’. Als je voor Trijntjes boerderij staat kun je tot zo ver het oog reikt uitkijken over akkerland, bomenrijen, bosjes, sloten, velden. Het is NOG prachtig cultuurlandschap, en iedereen die daar ooit geweest is weet hoe bijzonder dat is, juist in die omgeving.

Voor veel bewoners van Osdorp is De Boterbloem een kleine oase waar ze graag vertoeven om bij te tanken. Trijntje ontvangt bijvoorbeeld op haar boerderij met erf, boomgaard, tuin en akkers heel vaak schoolklassen uit de omringende buurten in Osdorp, en de kinderen vinden het heerlijk bij haar op de boerderij, zo vlakbij en toch alsof je opeens middenin het boerenland bent.

Stadskinderen hebben door De Boterbloem de unieke kans kennis te maken met het boerenbedrijf en met de natuur. De Boterbloem is een plek waar kinderen (én volwassenen) uit de stad met eigen ogen kunnen zien hoe groente, fruit, graan en aardappelen groeien, zodat winkelproducten hun “anonimiteit” verliezen.

Prinses Irene kwam deze week nog in de Tweede Kamer vertellen hoe ontzettend belangrijk het is dat juist stadskinderen de kans hebben om natuur te ervaren. Dat kan en dat gebeurt op de Boterbloem. Zet er een bedrijventerrein neer, en die kans is voorgoed verkeken.
De Boterbloem is een financieel gezond bedrijf, dat geheel functioneert zonder enige overheidssubsidie. Trijntje biedt op haar boerderij 15 kansarme, kwetsbare Amsterdammers een zinvolle dagbesteding.

Deze mensen zijn bij haar gelukkig en vinden het heerlijk om op de boerderij te werken en zich nuttig te weten. Als de Boterbloem niet meer zou bestaan, zouden zij geen enkele kans maken een baan te verwerven in een van de blokkendozen op het geplande bedrijventerrein. Ze zouden misschien gaan zwerven, of depressief thuis gaan zitten, of wellicht in criminaliteit vervallen met alle ellende voor de maatschappij van dien. De Boterbloem is dus een maatschappelijk zeer relevante organisatie die Amsterdam op allerlei manieren veel toegevoegde waarde biedt.

En er wordt op de Boterbloem ecologisch geboerd. Duurzaamheid en klimaatneutraliteit worden hier zonder enige stimulans of subsidie van de gemeente al jaren uitgedragen en doorleefd. De grond is gifvrij. De polder dateert van 1865 en is jachtgebied voor de vos, de bosuil, de buizerd, kiekendief, sperwer, en de torenvalk. De kievieten en de kluten nestelen in het gebied. Maar ook kleine vogels als de mus, boomklever, roodborst, gele en zwarte kwikstaart en de kleine bonte specht kun je hier zien. Zet er een bedrijventerrein neer, en de hele biodiversiteit is voorgoed verdwenen en die krijg je nooit meer terug.

Stadsdeelbestuurders, komt tot bezinning, wijzig het bestemmingsplan zodat er tot in lengte der dagen, in het belang van alle Amsterdammers, biologische landbouw kan blijven in de Lutkemeerpolder. Vele volgende generaties Amsterdammers en met name Osdorpers zullen jullie zeer dankbaar zijn.