Vragen aan politieke fracties Nieuw-West: overbodig bedrijventerrein of Boterbloem?

De volgende vragen stelde het actiecomité Red de Boterbloem aan de politieke partijen in Nieuw-West. Enkele fracties reageerden al, de meesten hullen zich nog in zwijgen… De antwoorden (als die nog komen…) worden binnenkort openbaar gemaakt. Ook zal worden gepubliceerd welke partijen het niet nodig vonden deze vragen te beantwoorden. Uit angst aan hun kiezers hun ware gezicht te laten zien? We wachten rustig af.

1)     Staat uw fractie achter het standpunt, dat eerst Lutkemeer I vol moet zijn alvorens met de tweede fase te beginnen?
2)     Staat uw fractie nog steeds achter het vestigen van een bedrijventerrein op Lutkemeer III, ondanks het feit dat overal bedrijfsruimte leegstaat en ondanks het unieke karakter van polder en boerderij?
3)     Of is uw fractie van mening dat afgezien moet worden van de plannen met Lutkemeer III, omdat de ervaring met Lutkemeer I inmiddels heeft aangetoond dat bedrijven zich daar, mede door het grote aanbod in de regio, liever niet vestigen?
4)     Stoort uw fractie zich ook aan de enorme leegstand in Lutkemeer I en vindt u ook dat er op dit terrein eigenlijk alleen maar  gebouwd zou mogen worden als er ook daadwerkelijk gebruikers zijn voor de ontwikkelde bedrijfsruimtes?
5)     Deelt uw fractie de visie dat de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein niet alleen ten koste gaat van waardevol groen, maar ook de herstructurering van de vele verouderde terreinen in de regio Amsterdam frustreert?
6)     Zou uw fractie willen overwegen om Lutkemeer III bij de Tuinen van West te trekken zodat het een agrarisch gebied moet blijven?
7)     Is uw fractie van mening, dat Ecologische Zorgboerderij De Boterbloem koste wat kost behouden moet blijven voor Nieuw West?

Advertenties

Nieuw landelijk beleid: stop wildgroei bedrijventerreinen

Op http://www.binnenlandsbestuur.nl/achtergrond/2009/11/stop-strijd-om-bedrijvenpark.135369.lynkx#Reageer staat het volgende artikel:

Het is bijna gedaan met de vrijheid van gemeenten om op eigen houtje bedrijventerreinen te ontwikkelen. Verplichte regionale samenwerking is straks het credo. ‘Gemeenten moeten veel meer op regionaal niveau gaan plannen, programmeren en herstructureren.’
De Noordelijke Rekenkamer legde onlangs de vinger op de zere plek. De provincies Groningen, Friesland en Drenthe bleken jarenlang te hebben ingestemd met gemeentelijke plannen voor nieuwe bedrijventerreinen zonder zich af te vragen of op bestaande locaties nog ruimte beschikbaar was. Het totale gebrek aan regie leidde onder meer tot de ontwikkeling van een bedrijvenpark aan de A73, dat de complete behoefte voor de hele regio Zuidoost-Drenthe tot 2015 in één klap afdekt.

De situatie in het noorden is bepaald niet uniek. Ook elders in Nederland beconcurreren gemeenten elkaar met de aanleg van bedrijventerreinen. En provincies zijn lang niet altijd bij machte om hierin sturing aan te brengen. Het gevolg is dat buiten bebouwde kommen volop nieuwe bedrijfslocaties worden ontwikkeld, terwijl in de directe nabijheid dikwijls panden leeg staan.

‘Het gaat vaak op de automatische piloot’, zegt Gusta Renes, senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘Als gemeenten een hectare bedrijfsgrond uitgeven, willen ze vaak direct een nieuwe hectare reserveren voor toekomstige uitgifte. Meestal wordt daarbij het werkgelegenheidsargument gebruikt. Een gemeente wil niet nee-verkopen aan een bedrijf dat wil verhuizen of zich nieuw wil vestigen.’

Lage prijzen

Dat gemeenten de deur voor het bedrijfsleven wagenwijd openzetten, blijkt ook uit de gehanteerde grondprijzen; die zijn doorgaans laag. Dit leidt ertoe dat nieuwbouw op een andere plek voor ondernemers vaak goedkoper is dan renoveren en uitbreiden van de bestaande huisvesting. Het gevolg hiervan laat zich omschrijven als een ‘sprinkhanenplaag’, zegt Jacques van Dinteren, bijzonder hoogleraar Planning, Ontwikkeling en Management van Werklocaties aan de Rijksuniversiteit Groningen en productmanager bij adviesbureau Royal Haskoning. ‘Als de ene locatie is opgebruikt en kaalgevreten, wordt verder getrokken naar het volgende, aantrekkelijke veld.’

‘De grondprijs op bedrijventerreinen is opgelopen van gemiddeld 55 euro in het jaar 2000, tot bijna 100 euro nu’, zegt Van Dinteren. ‘Maar er kan nog wel een flinke schep bovenop. Als de prijzen naar het niveau van woningbouwlocaties getild zouden worden – dus worden verhoogd met een factor drie tot vijf – dan duvelt de economie echt niet om.’

‘De prijzen die gemeenten nu vragen voor bedrijventerrein, zijn tamelijk maf’, meent Van Dinteren. ‘En ik snap het wel, want als je het totaalbedrag van zo’n grondtransactie hoort, lijkt het heel veel en zal een bedrijf best even moeten slikken. Maar als je kijkt naar de mate waarin de grondkosten drukken op de totale exploitatie van het bedrijf, dan valt dat echt heel erg mee. Bovendien behoudt de grond zijn waarde. En je maakt herinvesteren op de huidige locatie aantrekkelijker als je de grondprijzen verhoogt.’

Zinloos

Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde enkele maanden geleden het rapport De toekomst van bedrijventerreinen: van uitbreiding naar herstructurering, waarin de landelijke situatie in beeld wordt gebracht. Een van de conclusies luidt dat gemeenten nauwelijks aandacht hebben voor het opknappen en verbeteren van bestaande bedrijventerreinen. Ook komt het planbureau tot de slotsom dat de werkgelegenheid op bedrijventerreinen voornamelijk toeneemt door de groei van bestaande bedrijven, en veel minder door de vestiging van nieuwkomers. Dit impliceert dat de concurrentiestrijd tussen gemeenten dus zinloos is.

‘Wij pleiten ervoor dat gemeenten veel meer op regionaal niveau gaan plannen, programmeren en herstructureren’, zegt Gusta Renes, de hoofdonderzoeker van het genoemde rapport. ‘In de huidige praktijk gaat onnodig open ruimte verloren en wordt het landschap aangetast. Het gemeentelijk beleid is tot nu toe altijd leidend geweest. Maar de regionale schaal moet bepalend worden. De arbeidsmarkt werkt ook regionaal.’

Als gemeenten meer oog hebben voor het opknappen van verouderde bedrijventerreinen, neemt de behoefte aan nieuwe locaties vanzelf af. Renes: ‘Sommige terreinen zijn in bedrijfseconomische zin verouderd. Maar met bijvoorbeeld de aanleg van extra parkeerplaatsen of het verbeteren van de bereikbaarheid kan in sommige gevallen al veel winst worden behaald. Het financieren van herstructurering is alleen niet altijd gemakkelijk.’ Hoogleraar Van Dinteren sluit zich hierbij aan: ‘Bestaande terreinen zijn doorgaans in private handen. Herstructurering is dan een lastige opgave. Daarom wordt gekozen voor de weg van de minste weerstand. Het is voor een gemeente goedkoper en gemakkelijker om een nieuw terrein aan te leggen.’

Weerbarstig

Maar het tij is aan het keren. Onder aanvoering van minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA) stelt het kabinet verwoede pogingen in het werk om de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen waar mogelijk te beperken. De focus ligt meer dan ooit op herstructurering. Gemeenten worden verplicht tot regionale samenwerking en afstemming, onder regie van de provincie.

De nieuwe uitgangspunten zijn vastgelegd in een concept-convenant. Hierin staat onder meer dat tot 2020 in totaal 15.800 hectare aan bedrijventerrein moet worden geherstructureerd, en dat er ruimte is voor maximaal 11.000 hectare aan nieuwe locaties. Uitgangspunt hierbij is gematigde economische groei, het zogeheten Transatlantic Market-scenario. Aantallen hectares en subsidiegelden zijn ‘indicatief’ al over de provincies verdeeld.

Over dit alles heeft het rijk bestuurlijke overeenstemming bereikt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het convenant zou deze maand worden getekend, maar dit is voorlopig uitgesteld.

Niet alle provincies en gemeenten zijn gelukkig met de gemaakte afspraken, en ook het ministerie van Economische Zaken heeft nog de nodige noten op zijn zang. Het in het convenant aangekondigde ‘aanjaagteam van ambassadeurs’, dat de regionale samenwerking moet stimuleren en zonodig afdwingen, lijkt al met al geen overbodige luxe.

Het convenant is niet de enige verandering. Een werkgroep onder leiding van Frieslands commissaris van de koningin John Jorritsma (VVD) werkt aan een handreiking voor decentrale overheden. Dit is een uitvloeisel van een vorig jaar verschenen rapport van de Taskforce (Her)structurering Bedrijventerreinen onder leiding van Peter Noordanus, voorzitter van Neprom, de brancheorganisatie van projectontwikkelaar.

Verder gaat minister Cramer toepassing van de zogeheten SER-ladder verplicht stellen. Via dit instrument worden gemeenten verplicht om bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen eerst te onderzoeken of er nog ruimte is op bestaande bedrijfslocaties.

Voor het Planbureau voor de Leefomgeving gaat dit laatste niet ver genoeg. Onderzoeker Renes: ‘De mogelijkheid om een verouderd bedrijventerrein geschikt te maken voor een andere functie blijft in de SER-ladder onderbelicht. Misschien is zo’n terrein wel heel geschikt voor woningbouw, bijvoorbeeld omdat het al helemaal is omsloten door woonbebouwing. Dan kan je wellicht beter elders een nieuw bedrijventerrein aanleggen. Maar aan die afweging komt een gemeente nu niet toe.

‘Daarom pleiten wij voor een integrale aanpak, waarbij niet alleen wordt gekeken naar bedrijventerreinen, maar tegelijkertijd naar de planning voor woningbouw, kantoren en andere voorzieningen; en dat op regionale schaal.’

Regionale afstemming is volgens Renes cruciaal. ‘Binnen een regio zul je concrete afspraken moeten maken. Wie betaalt wat? Wie ontvangt subsidie, en waarvoor? Wie legt nieuw bedrijventerrein aan? Wie herstructureert? Een coördinerende rol van de provincie is dan welhaast onontbeerlijk. Verder spreekt voor zich dat elke regio haar eigen koers moet kunnen varen. In krimpgebieden is een andere aanpak nodig dan in de Randstad.’

Niet aarzelen

Hoogleraar Van Dinteren voorziet grote veranderingen voor zowel gemeenten als provincies. ‘Je hebt nu wel regionale planningsoverleggen, maar we gaan toe naar regionale ontwikkelingsbedrijven, en dat is toch wel iets heel anders. Van provincies wordt een proactieve rol verwacht. En provincies zullen ook resoluut moeten zijn. Ze moeten niet aarzelen om tegen onwillige gemeenten te zeggen: “En nú nemen wij het roer over”. Het kost gemeentebestuurders nu eenmaal veel moeite om regionaal te denken.’

De provincie Limburg is volgens Van Dinteren al druk doende om zich haar nieuwe rol aan te meten. ‘In overleg met de regio’s is een gedetailleerde planning gemaakt. De regio’s gaan de afspraken nu vormgeven. Eén keer per jaar wordt er getemperatuurd. Maar het is niet vrijblijvend. Als er over twee jaar niet duidelijk schot in de zaak zit, zal de provincie het heft in handen nemen. De regio’s weten dus precies waar ze aan toe zijn.’

Het kabinet hoopt later dit jaar een beslissing te nemen over de vraag of er voor bedrijventerreinen een systeem van verplichte regionale verevening komt. Hierbij zou de winst op nieuw aangelegde bedrijfslocaties deels voor herstructurering van andere terreinen moeten worden aangewend. Dit is een van de aanbevelingen van de commissie-Noordanus.

Van Dinteren waarschuwt: ‘Regionale verevening is een hartstikke logisch idee. Het probleem is alleen dat het aan gemeenten moeilijk is uit te leggen. Regionale afstemming gaat niet vanzelf, maar het geduvel begint pas echt als gemeente A moet meebetalen aan een probleem in gemeente B. Als je een dergelijk systeem wilt invoeren, heb je heel veel voorkookwerk te doen. Laten we ons nu eerst maar eens richten op het goed van de grond tillen van die regionale samenwerking. Dat is al ingewikkeld genoeg.’

Randstad in voetsporen Brabant

In Rotterdam wordt binnenkort een Regionaal Herstructurerings- en Ontwikkelingsbureau (RHOB) opgericht. Hiermee volgt Rotterdam het voorbeeld van Noord-Brabant, waar al langer de Brabantse Herstructureringsmaatschappij (BHB) actief is. Het Platform Kantoren en Bedrijven Metropoolregio Amsterdam maakte deze week de oprichting bekend van een ‘pilotbureau’ voor herstructureringen. De gemeenten Haarlemmermeer en Zaanstad zijn de ‘trekkers’.

Het RHOB moet in de regio Rotterdam tot 2020 in totaal 22 bedrijventerreinen op de schop nemen. Het gaat om een samenwerkingsverband van gemeenten, de stadsregio, provincie en Kamer van Koophandel. Het bureau krijgt een vaste groep medewerkers, en wordt aangevuld met ambtenaren van gemeenten waar de aan te pakken terreinen liggen.

NVM verlangt beter aanbod

De overheid houdt bij de aanleg en herontwikkeling van bedrijventerreinen veel te weinig rekening met de eindgebruikers, vindt de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). ‘Het verzandt te vaak in bestuurslagen die met elkaar vergaderen’, zegt voorzitter Evert-Jan Eggink van NVM Bedrijfs Onroerend Goed. De makelaarsvereniging presenteerde vorige maand een visiedocument waarin wordt gepleit voor samenwerking van overheid en makelaars. ‘Het aanbod is tot nu toe onvoldoende afgestemd op de vraag, en dat moet veranderen’, zegt Eggink.

De NVM pleit voor het mengen van functies. ‘Die grote gebouwen aan de snelweg, en die standaardhalletjes in weilanden, daar zit niemand op te wachten. Daarom zeggen wij: breng meer dynamiek in die gebieden. Mensen willen in hun lunchpauze naar de winkel kunnen lopen om een boodschap te doen, of misschien willen ze wel fitnessen.’

Eggink vindt dat gemeenten ‘buitengewoon terughoudend’ moeten zijn met het uitgeven van nieuwe bedrijventerreinen
. Er is volgens hem ruimte genoeg op en rondom bestaande locaties. ‘Je moet schaarste creëren, en dat lukt niet als je in elke achtertuin een nieuw bedrijventerrein aanlegt.’

Vragen aan DB Osdorp in het kader van burgerinitiatief “Houd Lutkemeer III groen, red De Boterbloem”

Onderstaande vragen zijn ingediend door actiecomité Red de Boterbloem bij het Dagelijks Bestuur van Stadsdeel Osdorp. Deze vragen zullen behandeld worden tijdens de meningvormende sessie van de raad van Osdorp over het burgerinitiatief van het actiecomité.


Argument DB

Op vrijdag 29 mei j.l. ontving het actiecomité een brief van het DB. Daarin werd slechts één argument genoemd, waarom Lutkemeer III op korte termijn gereedgemaakt zou moeten worden voor bedrijventerrein. Wij citeren:
“Regionaal is er een grote behoefte aan bedrijventerreinen (Monitor Plabeka 2008), al spreken sommige argumenten in een economische crisis dat ook tegen. Bedrijven moeten een plek hebben om te kunnen ondernemen en Osdorp in relatie tot Schiphol is dan een begrijpelijke keuze. Voor bedrijven die Schipholgebonden ondernemen is er nauwelijks ruimte beschikbaar. Terwijl deze categorie ondernemers juist een belangrijke economische peiler is (export) voor Nederland en Amsterdam in het bijzonder.”
Vraag: kunt u exact aangeven waar precies in de Monitor Plabeka 2008 geconcludeerd wordt, dat er een grote behoefte is aan Schipholgebonden bedrijventerreinen?
Vraag: kent u het rapport uitvoeringsstrategie Plabeka vastgesteld op de 6e Noordvleugel Conferentie d.d. 16 februari 2006, waarin de volgende conclusie over Schipholgebonden bedrijventerreinen wordt getrokken:
“Het blijkt dat er tot 2020 voldoende Schipholgebonden areaal is. Daarna ontstaat er een tekort van 74 ha. De oplossing kan nog enige tijd vooruit geschoven worden, maar ligt voor de hand, namelijk te zijner tijd een van de strategische reservelocaties in de Haarlemmermeer ontwikkelen. “?
Vraag: bent u het met ons eens dat zowel uit de Monitor als Uitvoeringsstrategie blijkt, dat er geen nut en noodzaak is om Lutkemeer III op korte termijn gereed te maken als Schipholgebonden bedrijventerrein?

Tragere groei Schiphol
In de tweede helft van 2008 is besloten dat Schiphol tot 2020 mag groeien van 420.000 naar 580.000 vliegbewegingen per jaar. Schiphol-topman Nijhuis zei zaterdag 30 mei j.l. in het Algemeen Dagblad dat dit aantal pas veel later gehaald zal worden. Namelijk pas in 2025. Schiphol gaat dus de komende jaren minder hard groeien dan aanvankelijk was aangenomen.
Vraag: bent u het met ons eens dat door deze tragere groei ook de beoogde vraag naar Schipholgebonden bedrijventerreinen naar beneden bijgesteld moet worden en dat er dus momenteel geen nut en noodzaak is om op Lutkemeer III een bedrijventerrein te ontwikkelen?

“Bedrijven komen maar niet”
In de periode 2005 tot 2007 was sprake van een forse economische groei in Nederland. Lutkemeer I lag in die periode al klaar als bedrijventerrein, maar bedrijven wilden maar niet komen. Dat schreef portefeuillehouder Baadoud in 2006 op de website van de PvdA. Momenteel hebben slechts twee ‘echte’ bedrijven zich op Lutkemeer I gevestigd.
Vraag: waarom zouden bedrijven in 2010/2011 wel naar Lutkemeer I komen als de economie – zoals het DB verwacht – weer gaat aantrekken? In een recente periode van economische groei heeft dat immers niet plaatsgevonden?

Lutkemeer I vol?

Meerdere malen is de toezegging gedaan, dat pas aan Lutkemeer III begonnen zou worden als Lutkemeer I vol is. Dit staat bijvoorbeeld in de brief van het hoofd Grondzaken aan Suzanne Kooij en het is ook aan de orde gekomen tijdens de informerende sessie op 8 januari in de raadszaal. Per 1 november heeft u de gebruiksovereenkomst met De Boterbloem opgezegd, terwijl slechts 37 procent van het kaveloppervlakte van Lutkemeer I is uitgegeven.
Vraag: kunt u een exacte omschrijving geven van uw definitie van ‘vol’?
Vraag: momenteel worden er vier bedrijfsverzamelgebouwen gebouwd. Heeft uw definitie van ‘vol’ alleen betrekking op het vullen van kavels met beton of ook op het vullen van vierkante meters bedrijfsruimtes met bedrijvigheid?
Vraag: bent u het met ons eens dat het Dagelijks Bestuur te voorbarig is geweest met het opzeggen van de gebruiksovereenkomst met De Boterbloem zonder dat Lutkemeer I vol is en er ook maar één contract voor Lutkemeer III getekend is?

Schipholgebonden?
Lutkemeer I – en straks ook Lutkemeer III – is voor 75 procent gereserveerd voor Schipholgebonden bedrijven.
Vraag: bent u het met ons eens dat G4S en Corning Life Sciences – de twee enige bedrijven op Lutkemeer I – niet Schipholgebonden zijn?
Vraag: hoe wordt gecontroleerd of de verhuurders van de bedrijfsverzamelgebouwen zich aan deze vestigingseis houden? En gebeurt dit vooraf of achteraf en wat zijn de consequenties als projectontwikkelaars zich niet aan deze vestigingseis houden?

Update Lutkemeer I

Tijdens de update over Lutkemeer I op 21 april zei portefeuillehouder Baadoud het volgende: G4S biedt werkgelegenheid aan 155 mensen. Het gaat hier om een bedrijfsverhuizing van Haarlem naar Osdorp, dus het personeel gaat mee.
Vraag: gaat het hier om 155 nieuw gecreëerde arbeidsplaatsen of gewoon om het bestaande personeel?

Jeugdgevangenis
De jeugdgevangenis komt er niet. Het persbericht van het Ministerie van Justitie was hier zeer duidelijk over. Nu citeren wij uit het verslag van de informerende sessie van 8 januari 2008. “De heer Spijker van de PvdA vraagt portefeuillehouder Baadoud of hij nog steeds op het standpunt staat, dat eerste Lutkemeer I volgebouwd moet zijn alvorens aan Lutkemeer III te beginnen. De portefeuillehouder stelt dat er met de Centrale Stad een dergelijke afspraak is gemaakt. Alleen een jeugdgevangenis zou daar verandering kunnen brengen.”
Vraag: is er na het verschijnen van het persbericht door het Ministerie van Justitie een schriftelijke toezegging gedaan, dat de jeugdgevangenis op Lutkemeer III er alsnog gaat komen?
Vraag: als deze schriftelijke toezegging er niet is, bent u het dan met ons eens dat het DB politiek onbetrouwbaar is als men zich niet aan de afspraak van 8 januari 2008 houdt?
Werkgelegenheid
In 92 procent van de gevallen vestigen reeds bestaande bedrijven zich op een nieuw bedrijventerrein. (Bron: “Voor wie ontwikkelen we nog bedrijventerreinen?” Dit onderzoek in 2007 werd door TU Delft en STOGO uitgevoerd in opdracht van de vereniging Milieudefensie.) Het gaat hier dus om bedrijfsverhuizingen, waarbij het personeel gewoon mee verhuist naar de nieuwe vestiging. Dat is ook het geval met de twee bedrijven die zich nu op Lutkemeer I hebben gevestigd. G4S komt uit Haarlem en Corning Life Sciences was op Schiphol-Rijk gevestigd. Men neemt dus het voltallige personeel mee.
Vraag: bent u het met ons eens dat beide bedrijven – en ook andere bedrijven die zich straks compleet met personeel naar Lutkemeer I verhuizen – niet of nauwelijks invloed hebben op de werkgelegenheid in Osdorp?
Vraag: zijn er afspraken dat bedrijven die zich op Lutkemeer I vestigen eerst in Osdorp personeel moeten werven?
Vraag: hoeveel nieuwe arbeidsplaatsen worden er op Lutkemeer I voor bewoners uit Osdorp gecreëerd en kunt u daar een gedegen onderbouwing van geven?
Vraag: hoe groot is de kans dat Lutkemeer I ook werkgelegenheid gaat bieden aan mensen uit bijvoorbeeld Lijnden, Badhoevedorp, Zwanenburg en Halfweg en andere stadsdelen?

SADC
SADC ontwikkelt niet alleen Lutkemeer I, maar ook het bedrijventerrein van Lijnden. Ook deze locatie is zeker nog niet vol. Het is echter logisch – maar wat is logisch – dat je eerst het ene bedrijfsterrein vult, voordat je aan het volgende begint. Dat heet verantwoord en duurzaam omgaan met de openbare ruimte.
Vraag: bent u het met ons eens dat het voorbarig is om nu al Lutkemeer III te ontwikkelen, terwijl er nog volop ruimte is op twee nabij gelegen SADC bedrijventerreinen?

Mainland/Segro
Vlak voordat het bestemmingsplan voor Lutkemeer III werd gewijzigd van tuin- en akkerbouw in bedrijventerrein heeft Mainland BV daar 8 hectare grond gekocht van de heer Loogman. Een paar jaar later werd de grond doorgeschoven naar dochter Segro Mainland. Uit de portfolio van Segro blijkt, dat het bedrijf op Lutkemeer III niet zelf gaat bouwen, maar dat de grond bestemd is voor doorverkoop.
Vraag: bent u het met ons eens dat zonder voorkennis geen projectontwikkelaar 8 hectare grond koopt dat volgens het bestemmingsplan de status heeft van akker- en tuinbouwgrond?
Vraag: bent u er van op de hoogte dat Segro haar grond op Lutkemeer III voor 8 miljoen op de balans heeft staan? En is dat het bedrag wat Osdorp voor deze grond moet gaan betalen?
Vraag: bent u het met ons eens dat het hier om grondspeculatie met voorkennis kan gaan?

Doorverkoop projectontwikkelaars

Vraag: klopt het dat het in aanbouw zijnde pand van Keystone recent is verkocht en dat dit mogelijk ook heeft plaatsgevonden met het gebouw van Meerschip?
Vraag: is het correct dat er in Amsterdam de afspraak bestaat, dat projectontwikkelaars die grond verkrijgen deze eerst zelf gedurende een bepaalde periode moeten exploiteren?

Opzegging overeenkomsten Lutkemeer III
De gebruiksovereenkomst met De Boterbloem is per 1 november 2009 door u opgezegd. Er bevinden zich echter meer akker- en tuinbouwbedrijven op Lutkemeer III. Zij hebben nog geen opzegging of ontruimingsbevel van u ontvangen.
Vraag: wat is de reden dat uitsluitend de gebruiksovereenkomst met De Boterbloem is opgezegd en niet met de andere boeren op Lutkemeer III?
Vraag: wat voor opzeggingstermijn moet er in acht genomen worden bij de andere boerenbedrijven die actief zijn op Lutkemeer III
Vraag: is buiten de 8 hectare van Segro de resterende hectares van Lutkemeer III eigendom van Stadsdeel Osdorp?
Vraag: aangezien de overeenkomsten met de andere boeren op Lutkemeer III niet is opgezegd, is de overeenkomst met De Boterbloem te vroeg opgezegd. Bent u het daar mee eens?
Vraag: per 1 november 2009 komt – als het aan het DB ligt – uitsluitend de grond van De Boterbloem vrij. De andere hectares zijn dan nog steeds in gebruik door andere boeren voor akker- en tuinbouw. Wat gaat het Stadsdeel Osdorp vanaf 1 november 2009 met het land van De Boterbloem doen?
Vraag: bent u het met ons eens dat het zinloos en voorbarig is om de gebruikersovereenkomst met De Boterbloem op te zeggen per 1 november 2009, omdat Lutkemeer III niet gereed gemaakt kan worden als bedrijfsterrein, omdat er nog volop geboerd wordt op de andere grond?
Vraag: is hier geen sprake van ongelijke behandeling, omdat wel de overeenkomst met De Boterbloem en niet met de andere boerenbedrijven op Lutkemeer III is opgezegd?

Vestiging bedrijventerrein in Lutkemeer III gaat in tegen landelijk beleid
Als Osdorp kiest voor het bedrijventerrein in de Lutkemeer, gaat het stadsdeel lijnrecht in tegen drie recente nationale beleidsmaatregelen van het Rijk:

1. Landelijk beleid om eerst bestaande (leegstaande) bedrijventerreinen te herstructureren

zie: http://www.wweni.nl/pagina.html?id=38004: “Rijk trekt 400 miljoen euro uit voor inhaalslag herstructurering bedrijventerreinen”
Het Rijk heeft het revitaliseren van bestaande bedrijventerreinen recent tot topprioriteit heeft benoemd en heeft daar €400 miljoen voor uitgetrokken om verdere verrommeling en verstening van het landschap door nieuwe bedrijventerreinen tegen te gaan.
Vraag: bent u het met ons eens dat het vestigen van een nieuw bedrijventerrein in een mooie groene polder, terwijl elders in Amsterdam honderdduizenden vierkante meters bedrijventerrein leegstaan, tegen bovenstaand landelijk beleid ingaat? Zo ja, hoe rechtvaardigt u dat?

2. Landelijk beleid om ecologische landbouw te bevorderen
Zie http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640827&_dad=portal&_schema=portal#doelstellingen.
Het Ministerie van LNV neemt maatregelen om biologische landbouw te stimuleren. Officiële doelstelling is: jaarlijkse groei van 5%.
Vraag: als u een bedrijventerrein in de Lutkemeer III vestigt, moet daar van u het goedlopende biologisch akkerbouwbedrijf De Boterbloem voor wijken. Bent u het ermee eens dat u hiermee beleid van het ministerie van LNV om biologische landbouw te laten groeien actief tegenwerkt? Zo ja, hoe rechtvaardigt u dat?

3. Landelijk beleid om meer groen in woonwijken te stimuleren

Het GIOS (Groen in en om de stad) is een onderdeel van het Grote Stedenbeleid en heeft als doel de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen in en om de stad te vergroten en te verbeteren.

Zie: www.agro.nl
www.degroenestad.nl

Groene zones rond stedelijke woonwijken zijn van vitaal belang voor de bewoners, zeker voor hen die niet het geld hebben om uitstapjes buiten de stad te maken. En dat geldt voor heel veel kansarme bewoners van Osdorp. Haal het laatste stukje groen uit hun leefomgeving weg, en criminaliteit, ziekteverzuim en onbehagen zullen toenemen, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.
Daarom heeft het Rijk beleid ontwikkeld om groen in en rond steden in stand te houden en uit te breiden. GIOS (Groen in en om de stad) is een onderdeel van het Grote Stedenbeleid en heeft als doel de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen in en om de stad te vergroten en te verbeteren.
Vraag: bent u het ermee eens dat u, door een bedrijventerrein in de Lutkemeer III te vestigen, één van de laatste mooie groengebieden rond Osdorp blijvend vernietigt? Zo ja, bent u het er dan ook mee eens dat u hiermee ingaat tegen het GIOS-onderdeel van het Grote Stedenbeleid? Hoe rechtvaardigt u dat?

Verlenging gebruiksovereenkomst De Boterbloem
1.    Er is nog voldoende ruimte voor Schipholgebonden bedrijven om zich hier te vestigen. Slechts 37% van de kaveloppervlakte op Lutkemeer I is nog niet uitgegeven en het SADC bedrijventerrein van Lijnden is ook nog niet vol.
2.    De twee enige bedrijven die zich op Lutkemeer I hebben gevestigd komen van elders uit de regio en nemen hun eigen personeel mee. Bovendien gaat het hier om gespecialiseerde bedrijven die vakbekwaam personeel nodig hebben en die regionaal zullen werven. Tot nu toe gaat er geen positief effect op de werkgelegenheid in Osdorp van Lutkemeer I uit.
3.    Een reden om de ontwikkeling van Lutkemeer III te versnellen, zou de komst van een jeugdgevangenis zijn. Deze komt er niet.
4.    De overeenkomst is uitsluitend met De Boterbloem opgezegd en niet met de andere akker- en tuinbouwbedrijven op Lutkemeer III
5.    Tot 2020 is er voldoende ruimte voor Schipholgebonden bedrijven en daarna kan geput worden uit de strategische reserves in de Haarlemmermeer.
6.    Schiphol gaat trager groeien dan aanvankelijk geacht werd.
7.    Er is in Amsterdam geen geschikte grond aanwezig om De Boterbloem naar toe te verplaatsen.
8.    De Boterbloem is een ecologische zorgboerderij, waar 15 cliënten met een ‘moeilijke’ achtergrond een zinvolle dagbesteding vinden. Het bedrijf heeft geen subsidie en scoort desondanks uitermate hoog op “Social Return on Investment’.
9.    De Lutkemeer III polder is van grote cultuurhistorische waarde en zou daarom eigenlijk aan de Tuinen van West toegevoegd moeten worden.
10.     Met een bedrijventerrein op Lutkemeer III gaat het stadsdeel lijnrecht in tegen drie recente nationale beleidsmaatregelen van het Rijk.
Vraag: bent u bereid om op basis van deze onderbouwde argumenten de gebruiksovereenkomst met De Boterbloem te verlengen?