Groot artikel in Parool over Boterbloem: Groener wordt de Lutkemeer niet

Op 8 juli plaatste Het Parool een paginagroot artikel over De Boterbloem.

Uit het artikel:

“Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw, maar dit is puur verpakking”

“De laatste actieve boeren worden oud en zien amper brood in hun boerenbedrijf. We willen ondernemers prikkelen om er met iets nieuws aan de slag te gaan” zegt een ambtenaar met de Lutkemeerpolder in de portefeuille. In 2009 kreeg de polder een nieuwe bestemming: akkerbouwgrond mag vervangen worden door bedrijventerreinen. Sindsdien passeerden ook ideeën over woningbouw, een trammuseum en een golfbaan de revue. Ook in de nieuwste plannen gaat het landelijk gebied ten westen van het Ma Braunpad op de schop.
“Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw, maar dit is puur verpakking” zegt Threes Hoekstra, geboren in Osdorp en tuinier bij biologische volkstuin De Ark. “Als je naar de plannen kijkt, zie je dat er uiteindelijk veel minder groen is dan nu het geval is”.

” Stadslandbouw. Laat dat nou precies zijn wat wij hier al jaren doen, maar uitgerekend wij moeten weg

Ook Erik Geurtsen van biologische zorgboerderij De Boterbloem, aan de Lutkemeerweg, ergert zich groen en geel. De zorgboerderij en de omliggende akkers moeten het veld ruimen voor bedrijfspanden. “Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw. Laat dat nou precies zijn wat wij hier al jaren doen, maar uitgerekend wij moeten weg. Hoe valt dat uit te leggen?”
Het akkerbouwbedrijf vecht sinds 2009, sinds de aanpassing van het bestemmingsplan, voor zijn bestaan. Vrijwilligers voerden actie en haalden twaalfduizend handtekeningen op om de boerderij te behouden. De boerderij kreeg toen voorlopig uitstel, maar in hetzelfde jaar werd aan de overkant van de Lutkemeerweg begonnen met de bouw van het eerste deel van het bedrijventerrein. Vanuit de moestuin van De Boterbloem, waar courgettes en peultjes geoogst worden die later op de dag liggen te pronken in de boerderijwinkel, zijn de betonkolossen van het bedrijventerrein goed zichtbaar.

Overal in en om de stad staan kantoor- en bedrijfspanden leeg. Toch wil het stadsdeel hier per se nog een bedrijventerrein hebben

Een rondgang over het grijze kantoor- en opslagcomplex leert dat het er een stille bedoening is. De meeste blokken staan leeg. Op de grote parkeerplaats staan iets na het middaguur tien auto’s. Achter de ramen zijn posters geplakt van een beveiligingskantoor. Geldtransportbedrijf G4S Cash Services heeft een eigen blok in de hoek, afgezet met hoog hekwerk. Een groot aantal bouwkavels is nog onverkocht.
Geurtsen: “Overal in en om de stad staan kantoor- en bedrijfspanden leeg. Toch wil het stadsdeel hier per se nog een bedrijventerrein hebben. Ze zeggen dat het werkgelegenheid schept, dat het goed is voor de economie, maar dat zijn achterhaalde verhalen.”
Hoe de plannen voor het bedrijventerrein te rijmen zijn met het begrip stadslandbouw, vraagt ook een student van de universiteit van Wageningen zich af. Zij is bezig met een onderzoek naar stadsdlandbouw in Nieuw-West. Haar naam wil ze niet in de krant omdat ze samenwerkt met het stadsdeel. “Met stadslandbouw probeer je meestal stedelijke gebieden groener te krijgen, maar dit is al een landelijk en agrarisch gebied, hier hoef je niets aan te doen”.

Het Parool plaatst groot artikel over Boterbloem in PS van de Week

In het PS van de Week van Het Parool stond 8 augustus een groot artikel over De Boterbloem van Marloes de Moor met foto’s van Dingena Mol.

Journalist Marloes de Moor en fotograaf Dingena Mol waren een half jaar te gast bij De Boterbloem. Zij gaven in eigen beheer een fotoboek uit: De Boterbloem(€ 19.95), te bestellen via www.dmolfotografie.nl.

In hun artikel o.a. het volgende stuk over het actiecomité Red de Boterbloem:

‘Suzanne Kooij en Eugène Matthijsen zijn de initiatiefnemers van het actiecomité Red De Boterbloem. De Boterbloem moest aanvankelijk op 31 oktober naar een andere locatie verhuizen. Het actiecomité diende een burgerinitiatief in om De Boterbloem te behouden, met succes. Mede dankzij een petitie met twaalfduizend handtekeningen mag de zorgboerderij nog twee jaar langer blijven. De motie van de coalitiepartijen PvdA, CDA en GroenLinks werd unaniem door de stadsdeelraad van Osdorp aangenomen.
Het Dagelijks Bestuur gaat met Trijntje Hoogendam op zoek naar een geschikte locatie in de Tuinen van West. Suzanne Kooij is blij met het resultaat, maar beschouwt het uitstel van twee jaar slechts als een eerste stap: “Wij willen de Lutkemeer III voorgoed groen houden.” Eugène Mathijssen: “Het bouwrijp maken neemt drie jaar in beslag. Maar daar beginnen ze pas mee als het bedrijventerrein op Lutkemeer I zo goed als vol is. Wij zien de ontwikkeling van deze eerste fase somberder in dan het Dagelijks Bestuur. Is er wel behoefte aan zo’n bedrijventerrein? Wij gaan er dus vanuit dat De Boterbloem langer blijft op de huidige stek. Wij vertrouwen erop dat straks geen polderlandschap wordt omgeploegd als dat niet nodig is.”
Mathijssen en Kooij hebben samen de Stichting Houd de Lutkemeer III Groen opgericht. Hiermee gaan zij actievoeren tegen het geplande bedrijventerrein op de Lutkemeer III. Op 29 augustus vindt bij Zorgboerderij De Boterbloem een manifestatie plaats, met diverse sprekers, zangers en theatermakers.’

Volledige tekst artikel: zie onderaan deze post.

Parool1

Parool2

Parool5

Aarden bij De Boterbloem

Zorgboerderij De Boterbloem, in de Lutkemeerpolder, mag nog even blijven. Je hoeft niets te mankeren om deze plek binnen de gemeentegrenzen te waarderen.

Halverwege de grijsbruine akkers met korrelige richels zijn de contouren van vier figuren zichtbaar. De zon stooft hun gebogen ruggen die slagschaduwen op de aarde werpen. Een geel koolzaadveld met kaarsrechte randen breekt het landschap. In de verte vormt een statige bomenrij de natuurlijke grens van de akkers. Het zou een schilderij van Jean-François Millet of Vincent van Gogh kunnen zijn.
De veertien hectare biologische akkerbouwgrond, vlak voor de grens van Amsterdam, hoort bij Zorgboerderij de Boterbloem. Slechts tien kilometer verderop vormt luchthaven Schiphol het bewijs dat we ons niet in de negentiende eeuw bevinden. Om het kwartier stijgt een vliegtuig op en doorkruist het de zomerse stapelwolkjes. Aan de horizon rijden wat auto’s over de dijk, met daarachter de ringvaart die de Haarlemmermeerpolder omzoomt. Op een steenworp afstand van kale bedrijventerreinen, grommende graafmachines en bulldozers bevindt zich De Boterbloem aan de Lutkemeerweg. Fluitende vogels, een moestuin, onregelmatige grasvelden met boterbloemen en madeliefjes, rondscharrelende kippen, een kraaiende haan, roestige landbouwwerktuigen en een sprookjesachtige boomgaard met appel- en perenbomen.
Trijntje Hoogendam (51) groeide er op. “We waren arm, maar we hadden de leukste speeltuin die er bestond. Boompje klimmen, in de hooiberg liggen, slootje springen, spelen in de graanvelden.” In 1997 nam Hoogendam de boerderij over van haar vader. Ze is de derde generatie Hoogendams die boert op het land in de Lutkemeerpolder.
De Boterbloem, het enige biologische akker- en tuinbouwbedrijf van Amsterdam, produceert voederbieten voor De Dikhoeve, een collega-biologische boer in Ransdorp, die daar zijn schapen mee voert. Aan De Ridammerhoeve, de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos, wordt luzerne als veevoer geleverd. In de moestuin groeien allerlei groenten, zoals asperges, tuinboontjes, rode kool, prei, winterpenen en spitskool. Met achttien vrijwilligers houden Hoogendam en haar compagnon Eric Geurtsen het akker- en tuinbouwbedrijf draaiende.
Langzamerhand werd De Boterbloem ook een zorgboerderij. “Ik werkte altijd al met vrijwilligers die dicht bij Amsterdam woonden. Er kwam ook eens een alcoholist langs om te helpen. Hij zat veel binnen en had weinig sociale contacten. De buitenlucht zou hem goed doen, dacht hij. Van een bleke, pafferige man zag ik hem opbloeien tot een bruine gespierde vent.”
Inmiddels heeft Trijntje de zorgkant professioneel aangepakt en werkt zij samen met de Stichting Landzijde, die gespecialiseerd is in zorgverlening op de boerderij.
Rond negen uur ’s ochtends druppelen de eerste vrijwilligers binnen. Marcus (65) is er meestal als eerste. Uit zijn broekzak vist hij een apparaatje waarmee je sigaretten kunt draaien. Hij is slechthorend en spreken is lastig voor hem. “Maar,” – hij tikt met zijn vinger tegen zijn slaap– “ik ben niet gek.” Markus is hier graag en doet van alles. “Kippen voeren, thee zetten, de telefoon aannemen, hout zagen, de katten aaien. En sigaretten draaien natuurlijk.”
Hoogendam staat om half tien al in de keuken asperges te schillen. Ze gaat aspergesoep maken voor de lunch. Het middagmaal is elke dag een feest. Brood met verse eieren, nog warm uit het kippenhok, asperges met boter, beschuit met honing, zelfgebakken cake met slagroom. Hoogendam verzint elke keer weer wat anders. “Er wordt hard gewerkt, dan moet er ook goed gegeten worden,” vindt ze.
Buiten op het erf kraait de haan onvermoeibaar door.  Er waren eerder nog twee hanen, maar één is verdwenen. “Die zit in de kippensoep,” zegt Hoogendam luchtig.
Esther, Goof en Sam planten rode kool in de moestuin. Florin (52) timmert in de moestuin een kruis, om de vogels af te schrikken. Met zijn woeste, witte baard is hij een opvallende verschijning. Zijn baseballpet staat altijd met de klep naar achteren op zijn hoofd. Hij komt uit Roemenië en spreekt Nederlands met een ontwapenend accent. Sinds drie jaar werkt hij op de zorgboerderij: “Hier heb ik de rust en de vrijheid om te doen wat ik graag wil. Lopendebandwerk in een fabriek is niets voor mij. Een mens is geen robot.”
Naast de moestuin is van wilgentakken een hut gemaakt. Je kunt er mediteren of rustig een boekje lezen. Sam zit er wel eens. “Als het hard waait, zit je daar lekker beschut. Maar de boomgaard vind ik ook prettig. Dan luister ik heerlijk naar de afzuigkap van de houtzagerij,” glimlacht hij. “Nee, dan luister ik naar de vogels.”
Hij kwam vijf jaar geleden toevallig langsfietsen met zijn zoon. “Ik vond het prachtig hier en ben meteen gebleven als vrijwilliger. Het is onderdeel van mijn dagelijks leven geworden. Soms vind ik het leuk, soms niet. Ups en downs, wie heeft ze niet?” Hij doet zijn mededelingen wat verveeld, met een cynische ondertoon.
Sam komt drie keer per week trouw aanfietsen op zijn Ronkie, zoals hij zijn Spartamet noemt. Op zijn hoofd staat de eeuwige geruite pet, en heel soms een hoed. Het overlijden van de boerderijpoes Sam ging hem aan het hart. Hij schreef  een gedicht in Chinese tekens voor zijn naamgenoot.
Esther (42) ruimt de tafel af en maakt een sopje voor de afwas. Ze zorgt graag voor anderen. Pas als iedereen het naar zijn zin heeft, is ze tevreden. “Zorgen en wieden. Lekker afwasje doen, wc’s schoonmaken, soep maken.”
Esther heeft een psychiatrische achtergrond en kwam anderhalf jaar geleden bij De Boterbloem aan. “Niet als zorgcliënt, maar als vrijwilliger. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik weer normaal kan leven. Al doe ik het tien keer zo langzaam, het geeft niet. Ik kan hier, met al mijn gekkigheid, meedoen. Het heeft me stabieler gemaakt. Toen ik thuiszat, voelde ik me vaak leeg en was alles zinloos. Waar doe ik het allemaal voor, dacht ik vaak. Nu zet ik iets neer. Letterlijk. Planten.”
Govert (37) loopt eens in de maand helemaal naar het einde van de akker, naar de grens van Amsterdam, waar de ringvaart begint. De dijkwandeling, noemt Hoogendam het. Hij heeft onlangs op het terrein voor de dijk twee boompjes geplant. Pas als je dwars door het akkerland loopt, krijg je enig besef van de uitgestrektheid van het landgoed. Aan de ene kant de rode pannendaken van de huizen in Lijnden, aan de andere kant, heel ver weg, rookpluimen uit het Westelijk Havengebied.
Govert is een stadsjongen: ongepolijst en ad rem. Toch mist hij de bravoure van een Amsterdammer. Een straffe zuidenwind blaast door zijn haar. “Dat is luzerne,” wijst hij. “En daar zie je haver en gerst, veevoeder.” Hij wijst naar rechts: “Daar is Ceres in het Westelijk Havengebied. En bij helder weer kun je de radiotoren zien.” De zakelijke mededelingen geven hem houvast. Hij werkte bij een energiebedrijf, maar had het daar steeds minder naar zijn zin. Met een gouden handdruk vertrok hij. “Hier ben ik op mijn plek. Elke dag met een schoon overhemd, netjes geschoren achter de computer zitten, de telefoon opnemen en ‘ja meneer, nee meneer’ zeggen – dat is niks voor mij.”

Geregeld komen bezoekers langs bij De Boterbloem. In de kleine biologische winkel kunnen zij verse eieren, groenten en fruit, schapenkaas en feta van De Dikhoeve, biologisch varkensvlees van de Ridammerhoeve en honing van de imker Peter Bijpost kopen.
Een moeder met twee puberende kinderen heeft in de krant gelezen over De Boterbloem. Ze woont in de stad en wil haar kinderen iets van de natuur bijbrengen. Hélène, één van de vrijwilligers, leidt hen rond over het terrein. De oudste zoon draagt een laaghangende spijkerbroek en heeft een getergde blik in zijn ogen. Hij sloft achter zijn moeder en zus aan en zet de hakken van zijn Nikes in de aarde.
“In augustus is weer de traditionele aardappelrooidag. Wil jij hier een keer aardappels komen rooien?” vraagt Hélène opgewekt. “Aardappels rooien?” herhaalt de jongen traag. Hélène: “Weet je wat dat is?” De jongen schudt zijn hoofd. Van aardappels maak je patat, dat weet hij wel. “En heb je wel eens asperges gezien?” Zijn blik dwaalt af. “Asperges. Die heb je toch wel eens gezien?” probeert zijn moeder. Ineens licht er iets op. “Kijk mam, een haas!”
Rond De Boterbloem zijn mooie exemplaren te vinden. Het gebied van de Lutkemeer is een jachtterrein, met bosuilen, torenvalken, vossen, buizerds en haviken. Kieviten en kluten broeden er.
Verderop rust Florine even uit. Hij leunt op zijn schoffel en tuurt naar de einder. Zijn ogen knijpt hij halfdicht tegen het felle zonlicht, hij overdenkt het leven. “Geluk? Ach, wat is geluk? Ik heb veel meegemaakt. Maar als ik hier ben, kan ik zeggen: ik ben gelukkig.”

Journalist Marloes de Moor en fotograaf Dingena Mol waren een half jaar te gast bij De Boterbloem. Zij gaven in eigen beheer een fotoboek uit: De Boterbloem (€ 19.95), te bestellen via http://www.dmolfotografie.nl.

Suzanne Kooij en Eugène Matthijsen zijn de initiatiefnemers van het actiecomité Red De Boterbloem. De Boterbloem moest aanvankelijk op 31 oktober naar een andere locatie verhuizen. Het actiecomité diende een burgerinitiatief in om De Boterbloem te behouden, met succes. Mede dankzij een petitie met twaalfduizend handtekeningen mag de zorgboerderij nog twee jaar langer blijven. De motie van de coalitiepartijen PvdA, CDA en GroenLinks werd unaniem door de stadsdeelraad van Osdorp aangenomen.
Het Dagelijks Bestuur gaat met Trijntje Hoogendam op zoek naar een geschikte locatie in de Tuinen van West. Suzanne Kooij is blij met het resultaat, maar beschouwt het uitstel van twee jaar slechts als een eerste stap: “Wij willen de Lutkemeer III voorgoed groen houden.” Eugène Mathijssen: “Het bouwrijp maken neemt drie jaar in beslag. Maar daar beginnen ze pas mee als het bedrijventerrein op Lutkemeer I zo goed als vol is. Wij zien de ontwikkeling van deze eerste fase somberder in dan het Dagelijks Bestuur. Is er wel behoefte aan zo’n bedrijventerrein? Wij gaan er dus vanuit dat De Boterbloem langer blijft op de huidige stek. Wij vertrouwen erop dat straks geen polderlandschap wordt omgeploegd als dat niet nodig is.”
Mathijssen en Kooij hebben samen de Stichting Houd de Lutkemeer III Groen opgericht. Hiermee gaan zij actievoeren tegen het geplande bedrijventerrein op de Lutkemeer III. Op 29 augustus vindt bij Zorgboerderij De Boterbloem een manifestatie plaats, met diverse sprekers, zangers en theatermakers.