In deze actuele video is duidelijk te zien: Lutkemeer 1 zit nog lang niet vol

Het ontwikkelen van de biologische landbouwgrond van Ecologische Zorgboerderij De Boterbloem tot bedrijventerrein is volslagen onnodig. Al was het alleen maar, omdat de eerste fase van het bedrijventerrein, Lutkemeer 1 geheten, nog lang niet vol is. In 2013 schreef ROmagazine over deze eerste fase:

‘Aan de rand van Amsterdam ligt een bedrijventerreinen waar je prima een griezelfilm zou kunnen opnemen. Het staat al jaren grotendeels leeg. Boven de lege loodsen is zelfs een woning ingericht, op een van de stilste plekjes van de stad. Het ligt ingeklemd tussen de aandachtswijk Osdorp en de nog groene westflank van Amsterdam, waar zorgboerderij Boterbloem en dierenopvang Pocahondas (poes-cavia-hond, begrijpt u?) volgens de plannen moeten verdwijnen voor uitbreiding van het bedrijventerrein’

Dit werd geschreven in 2013. Nu, in 2018, is de situatie niet veranderd. Het bedrijventerrein (dat volgens SADC een ‘groene uitstraling zou krijgen – oordeel zelf over het resultaat) kampt nog steeds met leegstand. In deze video is dat duidelijk te zien:

Groot artikel in Parool over Boterbloem: Groener wordt de Lutkemeer niet

Op 8 juli plaatste Het Parool een paginagroot artikel over De Boterbloem.

Uit het artikel:

“Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw, maar dit is puur verpakking”

“De laatste actieve boeren worden oud en zien amper brood in hun boerenbedrijf. We willen ondernemers prikkelen om er met iets nieuws aan de slag te gaan” zegt een ambtenaar met de Lutkemeerpolder in de portefeuille. In 2009 kreeg de polder een nieuwe bestemming: akkerbouwgrond mag vervangen worden door bedrijventerreinen. Sindsdien passeerden ook ideeën over woningbouw, een trammuseum en een golfbaan de revue. Ook in de nieuwste plannen gaat het landelijk gebied ten westen van het Ma Braunpad op de schop.
“Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw, maar dit is puur verpakking” zegt Threes Hoekstra, geboren in Osdorp en tuinier bij biologische volkstuin De Ark. “Als je naar de plannen kijkt, zie je dat er uiteindelijk veel minder groen is dan nu het geval is”.

” Stadslandbouw. Laat dat nou precies zijn wat wij hier al jaren doen, maar uitgerekend wij moeten weg

Ook Erik Geurtsen van biologische zorgboerderij De Boterbloem, aan de Lutkemeerweg, ergert zich groen en geel. De zorgboerderij en de omliggende akkers moeten het veld ruimen voor bedrijfspanden. “Het stadsdeel heeft de mond vol van stadslandbouw. Laat dat nou precies zijn wat wij hier al jaren doen, maar uitgerekend wij moeten weg. Hoe valt dat uit te leggen?”
Het akkerbouwbedrijf vecht sinds 2009, sinds de aanpassing van het bestemmingsplan, voor zijn bestaan. Vrijwilligers voerden actie en haalden twaalfduizend handtekeningen op om de boerderij te behouden. De boerderij kreeg toen voorlopig uitstel, maar in hetzelfde jaar werd aan de overkant van de Lutkemeerweg begonnen met de bouw van het eerste deel van het bedrijventerrein. Vanuit de moestuin van De Boterbloem, waar courgettes en peultjes geoogst worden die later op de dag liggen te pronken in de boerderijwinkel, zijn de betonkolossen van het bedrijventerrein goed zichtbaar.

Overal in en om de stad staan kantoor- en bedrijfspanden leeg. Toch wil het stadsdeel hier per se nog een bedrijventerrein hebben

Een rondgang over het grijze kantoor- en opslagcomplex leert dat het er een stille bedoening is. De meeste blokken staan leeg. Op de grote parkeerplaats staan iets na het middaguur tien auto’s. Achter de ramen zijn posters geplakt van een beveiligingskantoor. Geldtransportbedrijf G4S Cash Services heeft een eigen blok in de hoek, afgezet met hoog hekwerk. Een groot aantal bouwkavels is nog onverkocht.
Geurtsen: “Overal in en om de stad staan kantoor- en bedrijfspanden leeg. Toch wil het stadsdeel hier per se nog een bedrijventerrein hebben. Ze zeggen dat het werkgelegenheid schept, dat het goed is voor de economie, maar dat zijn achterhaalde verhalen.”
Hoe de plannen voor het bedrijventerrein te rijmen zijn met het begrip stadslandbouw, vraagt ook een student van de universiteit van Wageningen zich af. Zij is bezig met een onderzoek naar stadsdlandbouw in Nieuw-West. Haar naam wil ze niet in de krant omdat ze samenwerkt met het stadsdeel. “Met stadslandbouw probeer je meestal stedelijke gebieden groener te krijgen, maar dit is al een landelijk en agrarisch gebied, hier hoef je niets aan te doen”.

Raadslid op werkbezoek bij De Boterbloem

Misschien is Ivar Manuel de enige politicus in Amsterdam met realiteitszin. Het gemeenteraadslid van D66 is altijd fel gekant geweest tegen de plannen om ook dit deel van de Lutkemeerpolder op te offeren voor een bedrijventerrein. Op dinsdag 3 mei j.l. bracht hij een werkbezoek aan de nog steeds bedreigde ecologische zorgboerderij De Boterbloem. Ook tijdens dit bezoek benadrukte hij nog eens, dat het open karakter van dit unieke polderlandschap bewaard moet blijven.

Zijn partij stemde in 2009 als enige tegen het voorstel om de Lutkemeerpolder over te dragen aan projectontwikkelaar SADC. Daarmee liet vooral GroenLinks Ivar Manuel in de kou staan. Voordat deze al lang niet meer zo groene partij tot de coalitie in Amsterdam toetrad, waren ze immers ook faliekant tegen deze plannen. Tevens stelde Ivar Manuel zich op de hoogte van de vorderingen van het bedrijventerrein Lutkemeer I. Persoonlijk kon hij vaststellen, dat dit geen succesnummer is. Met slechts drie ‘bemande’ bedrijven, acht enorme leegstaande betonnen kolommen én 50% kavels die nog verkocht zijn, stevent Business Park Amsterdam Osdorp af op een kostbare mislukking. “Dit geeft nog maar eens aan, dat Amsterdam beter geen plannen kan ontwikkelen voor een tweede bedrijventerrein,” aldus de sympathieke politicus.

Ivar Manuel liet zich door boerin Trijntje en boer Eric bijpraten over De Boterbloem. Hij was zeer onder de indruk van dit enige ecologische akkerbouwbedrijf van Amsterdam. Hier vinden dagelijks vele mensen met een problematische achtergrond een nuttige dagbesteding in de open lucht. In combinatie met het ‘familiegevoel’ dat Trijntje en Erik creëren, voelen deze zorgcliënten zich helemaal thuis op De Boterbloem. En dat allemaal zonder één cent subsidie. Het wordt hoog tijd dat ook andere politici in Amsterdam dit op zijn juiste waarde gaat schatten.

Vragen aan politieke fracties Nieuw-West: overbodig bedrijventerrein of Boterbloem?

De volgende vragen stelde het actiecomité Red de Boterbloem aan de politieke partijen in Nieuw-West. Enkele fracties reageerden al, de meesten hullen zich nog in zwijgen… De antwoorden (als die nog komen…) worden binnenkort openbaar gemaakt. Ook zal worden gepubliceerd welke partijen het niet nodig vonden deze vragen te beantwoorden. Uit angst aan hun kiezers hun ware gezicht te laten zien? We wachten rustig af.

1)     Staat uw fractie achter het standpunt, dat eerst Lutkemeer I vol moet zijn alvorens met de tweede fase te beginnen?
2)     Staat uw fractie nog steeds achter het vestigen van een bedrijventerrein op Lutkemeer III, ondanks het feit dat overal bedrijfsruimte leegstaat en ondanks het unieke karakter van polder en boerderij?
3)     Of is uw fractie van mening dat afgezien moet worden van de plannen met Lutkemeer III, omdat de ervaring met Lutkemeer I inmiddels heeft aangetoond dat bedrijven zich daar, mede door het grote aanbod in de regio, liever niet vestigen?
4)     Stoort uw fractie zich ook aan de enorme leegstand in Lutkemeer I en vindt u ook dat er op dit terrein eigenlijk alleen maar  gebouwd zou mogen worden als er ook daadwerkelijk gebruikers zijn voor de ontwikkelde bedrijfsruimtes?
5)     Deelt uw fractie de visie dat de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein niet alleen ten koste gaat van waardevol groen, maar ook de herstructurering van de vele verouderde terreinen in de regio Amsterdam frustreert?
6)     Zou uw fractie willen overwegen om Lutkemeer III bij de Tuinen van West te trekken zodat het een agrarisch gebied moet blijven?
7)     Is uw fractie van mening, dat Ecologische Zorgboerderij De Boterbloem koste wat kost behouden moet blijven voor Nieuw West?

Nederlandse Vereniging van Makelaars: structurele leegstand bedrijventerreinen groeiend probleem

De NVM meldt: Op de markt voor kantoor- en bedrijfsruimte in Nederland is structurele leegstand een toenemend probleem. De aanpak van de structurele leegstand in ons land zal alleen werken als er meer schaarste gecreëerd wordt. Hiertoe zouden slechts onder bepaalde voorwaarden nog nieuwe bedrijventerreinen mogen worden uitgegeven en zouden er ook minder nieuwe kantoren moeten worden gebouwd.

Ook op het bedrijventerrein Lutkemeer I heerst structurele leegstand. Grote betonkolossen in naargeestig grijs staan al sinds lang vóór de kredietcrisis leeg, en toch wil de Gemeente Amsterdam ook de aangrenzende polder vernietigen… om ook daar leegstand te creeëren? Bond Heemschut en Actiecomité Red de Boterbloem roepen de gemeente op, de bouwplannen te staken en wat er nog resteert van de Lutkemeer een groene bestemming te geven.

Aanbod bedrijventerreinen zal vraag de komende jaren ruimschoots overschrijden

Volgens vele berichten in de media kampt Noord-Holland met een overschot aan – veelal leegstaande – bedrijventerreinen. Iedereen die door onze mooie provincie reist kan deze ‘schimmel’ die ons landschap bedreigt met eigen ogen aanschouwen. Steeds meer stemmen gaan op om niet nog meer bedrijventerreinen aan te leggen. Hiertoe lanceerde destijds het toenmalig ministerie van VROM het traject ‘Mooi Nederland’.

Wanneer wordt de Amsterdamse politiek wakker en worden de rampzalige plannen voor het bebouwen van de Lutkemeer III, de mooie polder waarin Ecologische Boerderij De Boterbloem zich bevindt, afgeblazen?

 

Hieronder een stuk dat werd gepubliceerd op een Noord-Hollandse website. De teneur is duidelijk, de feiten wijzen het uit: stop de wildgroei van bedrijventerreinen!

 

Het aanbod aan bedrijventerreinen zal de komende jaren de vraag van het regionale bedrijfsleven ruimschoots overschrijden. Dat stelt de provincie Noord-Holland, er dreigt “een overcapaciteit aan plannen voor bedrijventerreinen”. De oorzaak hiervoor is dat nieuwe ramingen een lagere ruimtebehoefte laten zien dan tien jaar geleden.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de kwaliteitsmatch vraag en aanbod bedrijventerreinen Noord-Holland. Gedeputeerde Jaap Bond: “Dit is voor de provincie aanleiding om in te grijpen in de bedrijventerreinenplanning in Noord-Holland en in overleg met de regio een aantal zogenaamde zachte plannen te bevriezen.”

In Noord-Holland overtreft het geplande aanbod de ruimtevraag tot 2020. Hier is het van groot belang dat voorkomen wordt dat tegelijkertijd te veel van hetzelfde aanbod wordt gecreëerd. De terreinen in deze regio zijn vooral gericht op transport, groothandel, industrie en bouw. Terwijl een groot deel van de vraag gericht is op consumentendiensten en dienstverlening. Deze sector vraagt om meer hoogwaardige terreinen. Er moet meer aandacht komen voor fysieke omgeving en stedenbouwkundige uitstraling. Het overaanbod Noord-Holland is voor de provincie aanleiding om provinciale medewerking aan zogenaamde “zachte” plannen op voorhand te onthouden. Dit vooruitlopend op het vaststellen van de planningsopgave in de Structuurvisie.

Mooi Nederland
Nationaal is door het ministerie van VROM het traject Mooi Nederland ingezet om onder andere verrommeling van bedrijventerreinen tegen te gaan. De provincie heeft daarbij een belangrijke rol als regisseur. Regie voeren op een kwalitatief en kwantitatief goede regionale afstemming van de planning en realisatie van nieuwe bedrijventerreinen en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Verder wordt ook verwacht dat er actuele behoefteramingen voor bedrijventerreinen worden opgesteld. Als een van de eerste provincies onderneemt Noord-Holland naar aanleiding van de afspraken met het rijk, actie om de vraag en het aanbod aan bedrijventerreinen goed op elkaar af te stemmen.

Bij het ontwikkelen en herstructureren van bedrijventerreinen moet verder worden gekeken dan de gemeentegrenzen. De regio en de provincie spelen samen een belangrijke rol bij het bereiken van een divers aanbod op de regionale bedrijventerreinenmarkten. Regionale afstemming is hierbij essentieel. Om uiteindelijk te kunnen komen tot evenwichtige regionale bedrijventerreinenprogrammeringen is inzicht nodig in de ruimtevraag en het (geplande) aanbod aan bedrijventerreinen.

Reacties op “2 miljoen meter bedrijfsruimte in Amsterdam staat leeg”

Reacties op ons bericht WUZ
09-11 | 10:11
vdh200 uit Bergambacht

Eigenlijk zou er een bepaling moeten komen van als er xm2 leegstand is er niet gebouwd mag worden. Ook oude bedrijfs terreinen moeten gesloopt worden en daar nieuw bouwen. Als de industrie terrijnen goed opgevuld worden dan kan men meer huizen bouwen voor de toekomstige nieuwe nederlanders . Voor ons zelf dat is niet belangrijk meer in dit land .

09-11 | 10:16
Suzy63 uit Breukelen (UT)

Het komt door de geldzucht van projectontwikkelaars. Gebouwen die bij de vorige (IT)-crisis al leegstonden, staan nog steeds leeg. Anticyclisch, okee, maar tussendoor was het dus geen crisis en toch een overschot aan gebouwen. Ondertussen zoeken veel mensen naar betaalbare woonruimte en dat is niet bijgebouwd. Projectontwikkelaars speculeren alleen maar op groei en houden de grond- en projectprijzen onnodig hoog.Een economie kan niet alleen maar groeien, er zou eens naar de werkelijke (toekomstige) behoeften gekeken moeten worden, ipv uitgaan van (winst)verwachtingen. Daar ligt ook een rol voor (deel)gemeenten, die zich al te makkelijk laten “voorrekenen” ipv te kijken naar waar werkelijk een tekort/gebrek aan is. Kantoren en dure woningen zie ik alsmaar bijgebouwd worden en ondertussen overal wachtlijsten voor goedkope (huur)woningen. Wie goedkoper wil is nu gedoemd tot vinexlocaties, forenzenplaatsen, vaak ook zonder (nog) voorzieningen als openbaar vervoer, winkels en scholen, die pas later komen. Maarssen is zo’n voorbeeld: de treinverbindingen zijn verslechterd, minder vaak, terwijl iedereen elders werkt! Stappen ze maar weer in de auto.. 2 auto’s per 2verdienersgezin, en maar 1 parkeerplaats, files bij het uitrijden en thuiskomen, maar wel goedkoop wonen..En wordt bij die bedrijvenparken ook gekeken naar de bereikbaarheid (openbaar vervoer)? Gelimiteerd aantal parkeerplaatsen (opgelegd door overheid), dus slecht bereikbaar voor werknemers en klanten..REacti

Volkskrant: in Amsterdam staat 2 miljoen vierkante meter bedrijfsruimte leeg

De Volkskrant plaatst op 9 november een artikel getiteld “Schitterend kantoor, gebouwd voor leegstand” waarin de resultaten van een onderzoek naar leegstaande bedrijfsruimte in Amsterdam worden gepresenteerd. Uit dit onderzoek, “Sprekende cijfers” genaamd, dat is uitgevoerd door Dynamis, een landelijke keten van vastgoedconsultants en makelaars, blijkt dat in Amsterdam en omstreken 2 miljoen vierkante meter bedrijfsruimte leegstaat.

Citaten uit het krantenartikel:

“Het Nederlandse vastgoed is in twee jaar ongeveer een kwart in waarde gedaald, schat Brounen [hoogleraar vastgoedbeleggingen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam]. Maar dat komt nog niet geheel tot uiting in de boeken van vastgoedbeleggers en banken.”

“Partijen die de crisis zien als een goede kans hun vastgoed uit te breiden krijgen bij banken nul op het request, zo meldde bedrijfsmakelaar Jones Lang LaSalle onlangs. Dynamis-directeur Jaap van Schijn beaamt dat. “Banken zijn terughoudend en dat werkt zeer verstarrend”.

“Hoogleraar Eichholtz is niet rouwig om het wegvallen van de financieringsmogelijkheden. “Het is juist goed. We moeten stoppen met bouwen.”

“De tijd van steeds grotere projecten is voorbij”.

Conclusie actiecomité Red de Boterbloem:

Het is gezien deze feiten onbegrijpelijk dat de Gemeente Amsterdam, GroenLinks wethouder Maarten van Poelgeest voorop, de deal met de SADC doorgang heeft laten vinden en vele miljoenen belastinggeld in deze projectontwikkelaar heeft gestopt om die in staat te stellen de Lutkemeerpolder om zeep te helpen. Onbegrijpelijk en ingaand tegen het algemeen belang, om gezien het feit dat 2 miljoen vierkante meter bedrijfsruimte leegstaat toch stug door te gaan met het plannen van een nieuw bedrijventerrein in de prachtige Lutkemeerpolder.

bedrijfsruimte



Nieuw landelijk beleid: stop wildgroei bedrijventerreinen

Op http://www.binnenlandsbestuur.nl/achtergrond/2009/11/stop-strijd-om-bedrijvenpark.135369.lynkx#Reageer staat het volgende artikel:

Het is bijna gedaan met de vrijheid van gemeenten om op eigen houtje bedrijventerreinen te ontwikkelen. Verplichte regionale samenwerking is straks het credo. ‘Gemeenten moeten veel meer op regionaal niveau gaan plannen, programmeren en herstructureren.’
De Noordelijke Rekenkamer legde onlangs de vinger op de zere plek. De provincies Groningen, Friesland en Drenthe bleken jarenlang te hebben ingestemd met gemeentelijke plannen voor nieuwe bedrijventerreinen zonder zich af te vragen of op bestaande locaties nog ruimte beschikbaar was. Het totale gebrek aan regie leidde onder meer tot de ontwikkeling van een bedrijvenpark aan de A73, dat de complete behoefte voor de hele regio Zuidoost-Drenthe tot 2015 in één klap afdekt.

De situatie in het noorden is bepaald niet uniek. Ook elders in Nederland beconcurreren gemeenten elkaar met de aanleg van bedrijventerreinen. En provincies zijn lang niet altijd bij machte om hierin sturing aan te brengen. Het gevolg is dat buiten bebouwde kommen volop nieuwe bedrijfslocaties worden ontwikkeld, terwijl in de directe nabijheid dikwijls panden leeg staan.

‘Het gaat vaak op de automatische piloot’, zegt Gusta Renes, senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘Als gemeenten een hectare bedrijfsgrond uitgeven, willen ze vaak direct een nieuwe hectare reserveren voor toekomstige uitgifte. Meestal wordt daarbij het werkgelegenheidsargument gebruikt. Een gemeente wil niet nee-verkopen aan een bedrijf dat wil verhuizen of zich nieuw wil vestigen.’

Lage prijzen

Dat gemeenten de deur voor het bedrijfsleven wagenwijd openzetten, blijkt ook uit de gehanteerde grondprijzen; die zijn doorgaans laag. Dit leidt ertoe dat nieuwbouw op een andere plek voor ondernemers vaak goedkoper is dan renoveren en uitbreiden van de bestaande huisvesting. Het gevolg hiervan laat zich omschrijven als een ‘sprinkhanenplaag’, zegt Jacques van Dinteren, bijzonder hoogleraar Planning, Ontwikkeling en Management van Werklocaties aan de Rijksuniversiteit Groningen en productmanager bij adviesbureau Royal Haskoning. ‘Als de ene locatie is opgebruikt en kaalgevreten, wordt verder getrokken naar het volgende, aantrekkelijke veld.’

‘De grondprijs op bedrijventerreinen is opgelopen van gemiddeld 55 euro in het jaar 2000, tot bijna 100 euro nu’, zegt Van Dinteren. ‘Maar er kan nog wel een flinke schep bovenop. Als de prijzen naar het niveau van woningbouwlocaties getild zouden worden – dus worden verhoogd met een factor drie tot vijf – dan duvelt de economie echt niet om.’

‘De prijzen die gemeenten nu vragen voor bedrijventerrein, zijn tamelijk maf’, meent Van Dinteren. ‘En ik snap het wel, want als je het totaalbedrag van zo’n grondtransactie hoort, lijkt het heel veel en zal een bedrijf best even moeten slikken. Maar als je kijkt naar de mate waarin de grondkosten drukken op de totale exploitatie van het bedrijf, dan valt dat echt heel erg mee. Bovendien behoudt de grond zijn waarde. En je maakt herinvesteren op de huidige locatie aantrekkelijker als je de grondprijzen verhoogt.’

Zinloos

Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde enkele maanden geleden het rapport De toekomst van bedrijventerreinen: van uitbreiding naar herstructurering, waarin de landelijke situatie in beeld wordt gebracht. Een van de conclusies luidt dat gemeenten nauwelijks aandacht hebben voor het opknappen en verbeteren van bestaande bedrijventerreinen. Ook komt het planbureau tot de slotsom dat de werkgelegenheid op bedrijventerreinen voornamelijk toeneemt door de groei van bestaande bedrijven, en veel minder door de vestiging van nieuwkomers. Dit impliceert dat de concurrentiestrijd tussen gemeenten dus zinloos is.

‘Wij pleiten ervoor dat gemeenten veel meer op regionaal niveau gaan plannen, programmeren en herstructureren’, zegt Gusta Renes, de hoofdonderzoeker van het genoemde rapport. ‘In de huidige praktijk gaat onnodig open ruimte verloren en wordt het landschap aangetast. Het gemeentelijk beleid is tot nu toe altijd leidend geweest. Maar de regionale schaal moet bepalend worden. De arbeidsmarkt werkt ook regionaal.’

Als gemeenten meer oog hebben voor het opknappen van verouderde bedrijventerreinen, neemt de behoefte aan nieuwe locaties vanzelf af. Renes: ‘Sommige terreinen zijn in bedrijfseconomische zin verouderd. Maar met bijvoorbeeld de aanleg van extra parkeerplaatsen of het verbeteren van de bereikbaarheid kan in sommige gevallen al veel winst worden behaald. Het financieren van herstructurering is alleen niet altijd gemakkelijk.’ Hoogleraar Van Dinteren sluit zich hierbij aan: ‘Bestaande terreinen zijn doorgaans in private handen. Herstructurering is dan een lastige opgave. Daarom wordt gekozen voor de weg van de minste weerstand. Het is voor een gemeente goedkoper en gemakkelijker om een nieuw terrein aan te leggen.’

Weerbarstig

Maar het tij is aan het keren. Onder aanvoering van minister Jacqueline Cramer (VROM, PvdA) stelt het kabinet verwoede pogingen in het werk om de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen waar mogelijk te beperken. De focus ligt meer dan ooit op herstructurering. Gemeenten worden verplicht tot regionale samenwerking en afstemming, onder regie van de provincie.

De nieuwe uitgangspunten zijn vastgelegd in een concept-convenant. Hierin staat onder meer dat tot 2020 in totaal 15.800 hectare aan bedrijventerrein moet worden geherstructureerd, en dat er ruimte is voor maximaal 11.000 hectare aan nieuwe locaties. Uitgangspunt hierbij is gematigde economische groei, het zogeheten Transatlantic Market-scenario. Aantallen hectares en subsidiegelden zijn ‘indicatief’ al over de provincies verdeeld.

Over dit alles heeft het rijk bestuurlijke overeenstemming bereikt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het convenant zou deze maand worden getekend, maar dit is voorlopig uitgesteld.

Niet alle provincies en gemeenten zijn gelukkig met de gemaakte afspraken, en ook het ministerie van Economische Zaken heeft nog de nodige noten op zijn zang. Het in het convenant aangekondigde ‘aanjaagteam van ambassadeurs’, dat de regionale samenwerking moet stimuleren en zonodig afdwingen, lijkt al met al geen overbodige luxe.

Het convenant is niet de enige verandering. Een werkgroep onder leiding van Frieslands commissaris van de koningin John Jorritsma (VVD) werkt aan een handreiking voor decentrale overheden. Dit is een uitvloeisel van een vorig jaar verschenen rapport van de Taskforce (Her)structurering Bedrijventerreinen onder leiding van Peter Noordanus, voorzitter van Neprom, de brancheorganisatie van projectontwikkelaar.

Verder gaat minister Cramer toepassing van de zogeheten SER-ladder verplicht stellen. Via dit instrument worden gemeenten verplicht om bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen eerst te onderzoeken of er nog ruimte is op bestaande bedrijfslocaties.

Voor het Planbureau voor de Leefomgeving gaat dit laatste niet ver genoeg. Onderzoeker Renes: ‘De mogelijkheid om een verouderd bedrijventerrein geschikt te maken voor een andere functie blijft in de SER-ladder onderbelicht. Misschien is zo’n terrein wel heel geschikt voor woningbouw, bijvoorbeeld omdat het al helemaal is omsloten door woonbebouwing. Dan kan je wellicht beter elders een nieuw bedrijventerrein aanleggen. Maar aan die afweging komt een gemeente nu niet toe.

‘Daarom pleiten wij voor een integrale aanpak, waarbij niet alleen wordt gekeken naar bedrijventerreinen, maar tegelijkertijd naar de planning voor woningbouw, kantoren en andere voorzieningen; en dat op regionale schaal.’

Regionale afstemming is volgens Renes cruciaal. ‘Binnen een regio zul je concrete afspraken moeten maken. Wie betaalt wat? Wie ontvangt subsidie, en waarvoor? Wie legt nieuw bedrijventerrein aan? Wie herstructureert? Een coördinerende rol van de provincie is dan welhaast onontbeerlijk. Verder spreekt voor zich dat elke regio haar eigen koers moet kunnen varen. In krimpgebieden is een andere aanpak nodig dan in de Randstad.’

Niet aarzelen

Hoogleraar Van Dinteren voorziet grote veranderingen voor zowel gemeenten als provincies. ‘Je hebt nu wel regionale planningsoverleggen, maar we gaan toe naar regionale ontwikkelingsbedrijven, en dat is toch wel iets heel anders. Van provincies wordt een proactieve rol verwacht. En provincies zullen ook resoluut moeten zijn. Ze moeten niet aarzelen om tegen onwillige gemeenten te zeggen: “En nú nemen wij het roer over”. Het kost gemeentebestuurders nu eenmaal veel moeite om regionaal te denken.’

De provincie Limburg is volgens Van Dinteren al druk doende om zich haar nieuwe rol aan te meten. ‘In overleg met de regio’s is een gedetailleerde planning gemaakt. De regio’s gaan de afspraken nu vormgeven. Eén keer per jaar wordt er getemperatuurd. Maar het is niet vrijblijvend. Als er over twee jaar niet duidelijk schot in de zaak zit, zal de provincie het heft in handen nemen. De regio’s weten dus precies waar ze aan toe zijn.’

Het kabinet hoopt later dit jaar een beslissing te nemen over de vraag of er voor bedrijventerreinen een systeem van verplichte regionale verevening komt. Hierbij zou de winst op nieuw aangelegde bedrijfslocaties deels voor herstructurering van andere terreinen moeten worden aangewend. Dit is een van de aanbevelingen van de commissie-Noordanus.

Van Dinteren waarschuwt: ‘Regionale verevening is een hartstikke logisch idee. Het probleem is alleen dat het aan gemeenten moeilijk is uit te leggen. Regionale afstemming gaat niet vanzelf, maar het geduvel begint pas echt als gemeente A moet meebetalen aan een probleem in gemeente B. Als je een dergelijk systeem wilt invoeren, heb je heel veel voorkookwerk te doen. Laten we ons nu eerst maar eens richten op het goed van de grond tillen van die regionale samenwerking. Dat is al ingewikkeld genoeg.’

Randstad in voetsporen Brabant

In Rotterdam wordt binnenkort een Regionaal Herstructurerings- en Ontwikkelingsbureau (RHOB) opgericht. Hiermee volgt Rotterdam het voorbeeld van Noord-Brabant, waar al langer de Brabantse Herstructureringsmaatschappij (BHB) actief is. Het Platform Kantoren en Bedrijven Metropoolregio Amsterdam maakte deze week de oprichting bekend van een ‘pilotbureau’ voor herstructureringen. De gemeenten Haarlemmermeer en Zaanstad zijn de ‘trekkers’.

Het RHOB moet in de regio Rotterdam tot 2020 in totaal 22 bedrijventerreinen op de schop nemen. Het gaat om een samenwerkingsverband van gemeenten, de stadsregio, provincie en Kamer van Koophandel. Het bureau krijgt een vaste groep medewerkers, en wordt aangevuld met ambtenaren van gemeenten waar de aan te pakken terreinen liggen.

NVM verlangt beter aanbod

De overheid houdt bij de aanleg en herontwikkeling van bedrijventerreinen veel te weinig rekening met de eindgebruikers, vindt de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). ‘Het verzandt te vaak in bestuurslagen die met elkaar vergaderen’, zegt voorzitter Evert-Jan Eggink van NVM Bedrijfs Onroerend Goed. De makelaarsvereniging presenteerde vorige maand een visiedocument waarin wordt gepleit voor samenwerking van overheid en makelaars. ‘Het aanbod is tot nu toe onvoldoende afgestemd op de vraag, en dat moet veranderen’, zegt Eggink.

De NVM pleit voor het mengen van functies. ‘Die grote gebouwen aan de snelweg, en die standaardhalletjes in weilanden, daar zit niemand op te wachten. Daarom zeggen wij: breng meer dynamiek in die gebieden. Mensen willen in hun lunchpauze naar de winkel kunnen lopen om een boodschap te doen, of misschien willen ze wel fitnessen.’

Eggink vindt dat gemeenten ‘buitengewoon terughoudend’ moeten zijn met het uitgeven van nieuwe bedrijventerreinen
. Er is volgens hem ruimte genoeg op en rondom bestaande locaties. ‘Je moet schaarste creëren, en dat lukt niet als je in elke achtertuin een nieuw bedrijventerrein aanlegt.’